Einde inhoudsopgave
Bewijsrechtelijke verhoudingen verzekeringsrecht (Verzekeringsrecht) 2008/
Verhandeling
prof.mr. N. van Tiggele-van der Velde, datum 26-05-2008
- Datum
26-05-2008
- Auteur
prof.mr. N. van Tiggele-van der Velde
- JCDI
JCDI:ADS358228:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Asser/Clausing & Wansink 2007, nr. 231. Stadermann, Titel 7.17 belicht, p. 153 noemt het vaststellen van de schade 'veelal ondoenlijk'.
Ook komt voor de (tekstueel op 283 K oud gestoelde) bepaling dat de verzekerde dient te melden dat er schade 'is ontstaan'. Een dergelijke bepaling brengt mee dat er discussie kan ontstaan over de vraag wanneer schade is ontstaan. Algemeen aanvaard onder het 'oude' meldingsartikel was dat het ontstaan van schade doelt op de verwezenlijking van het risico. Zie voor een zaak waarin de rechtbank voor de meldingsplicht het 'ontstaan' ten onrechte oprekt tot 'openbaren', het vonnis van de Rb. Rotterdam 17 juli 1987, S&S 1988, 11.
Zie ook MvT, Kamerstukken II1985/86, 19 529, nr. 3, p. 20.
Art. L 113-2 sub 4 Code ass. geeft voor Frankrijk dezelfde regel: 'L'assuré est obligé: (....) Lorsqu'elle est prévue par une clause du contrat, la déchéance pour déclaration tardive au regard des délais prévus au 3e et au 4e ci-dessus ne peut être opposée a l'assuré que si l'assureur etablit que le retard dans la déclaration lui a causé un préjudice.' De Belgische wetgeving staat gelet op het dwingendrechtelijk karakter van art. 21 Wet op de Land-verzekeringsovereenkomst een vervalbeding als hier bedoeld niet toe. Zie Fontaine 1999, nr. 283. Het Engelse recht is hard voor de verzekerde. Vgl. Hardy Ivamy 1993, p. 425: 'The insurers are entitled to rely on a breach of a condition concerning the giving of notice whether or not the breach has caused prejudice to them.' Voor het Duitse recht is het ingevolge par. 28VVG 2008 aan de verzekerde om te bewijzen dat 'die Obliegenheitsverletzung weder für den Eintritt oder die Feststellung des Versicherungsfalles noch für die Feststellung oder den Umfang der Leistungspflicht des Versicheres ursächlich ist'.
Omdat - zoals hierboven al gememoreerd - het vaststellen van de schade die vergoed dient te worden bij wijze van sanctie op de niet-nakoming van de verplichting tot informatieverstrekking in de praktijk veelal lastig is,1kiezen verzekeraars in hun polisvoorwaarden veelal voor een andere sanctie, te weten het verval van elk recht op uitkering. Een veel voorkomende polisbepaling in deze is de volgende:
'Verplichtingen in geval van schade
Zodra de verzekeringnemer of een verzekerde kennis draagt van een gebeurte-nis,2 die voor de maatschappij tot een verplichting tot uitkering kan leiden, is hij verplicht:
1. de maatschappij zo spoedig mogelijk die gebeurtenis te melden;
2. de maatschappij zo spoedig mogelijk alle gegevens en bescheiden te verstrekken;
(...).
Verval van rechten
a. Indien een verzekerde één of meer van de genoemde verplichtingen niet nakomt, vervalt elk recht uit hoofde van deze verzekering.'
Evenals bij het schadevergoedingssysteem op basis van de wet, zij het daar impliciet, geldt hier - op basis van het bepaalde in art. 941 lid 4 BW - dat de verzekeraar een beroep op het vervallen van het recht op uitkering bij schending van de hierboven genoemde verplichtingen slechts toekomt voor het geval hij daardoor in een redelijk belang is geschaad. Dit vanuit de gedachte (en de invulling die daaraan met name onder het oude recht in rechtspraak en literatuur in overheersende mate is gegeven) dat gelet op het ingrijpend karakter van de sanctie het overeenkomstig de eisen van redelijkheid en billijkheid is dat voor een gerechtvaardigd beroep op het ver-valbeding aan dat vereiste van belangenschading is voldaan.3 Dus ook ingeval die belangenschading niet met zoveel woorden in de polisbepaling is opgenomen (zoals in de hierboven weergegeven clausule het geval is), is het aan de verzekeraar om aan te tonen dat zijn belangen zijn geschaad.4