NJB 2021/662
Prejudiciële vragen. Handelsnaam. Verwarringsgevaar. Beschrijvende handelsnaam. Vrijhoudingsbehoefte. Hoge Raad: Bij de toepassing van art. 5 Hnw gelden geen nadere, niet in die bepaling genoemde vereisten indien de ingeroepen oudere handelsnaam (in meer of mindere mate) beschrijvend is of onderscheidend vermogen mist. Aan het algemene belang dat aanduidingen die beschrijvend zijn voor de aard van een onderneming of van de door haar geleverde waren of diensten, door een ieder vrij moeten kunnen worden gebruikt, kan in voldoende mate recht worden gedaan door dat belang te betrekken bij de beoordeling van de vraag of en, zo ja, in hoeverre, bij het relevante publiek (directe of indirecte) verwarring te duchten is. Bij die beoordeling moeten alle omstandigheden van het geval in aanmerking worden genomen, waaronder de mate van – intrinsiek aan de naam verbonden of door bekendheid bij het publiek verworven – onderscheidend vermogen van de oudere handelsnaam
HR 19-02-2021, ECLI:NL:HR:2021:269
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
19 februari 2021
- Magistraten
Mrs. M.V. Polak, G. Snijders, T.H. Tanja-van den Broek, C.H. Sieburgh, F.J.P. Lock
- Zaaknummer
19/04586
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht / Modellen- en merkenrecht
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Staatsrecht / Rechtspraak
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2021:269, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 19‑02‑2021
ECLI:NL:PHR:2020:1215, Conclusie, Hoge Raad, 04‑12‑2020
- Wetingang
(art. 5 Hnw; art. 6:162 BW; art. 393 lid 9 Rv)
Essentie
Prejudiciële vragen. Handelsnaam. Verwarringsgevaar. Beschrijvende handelsnaam. Vrijhoudingsbehoefte. Hoge Raad: Bij de toepassing van art. 5 Hnw gelden geen nadere, niet in die bepaling genoemde vereisten indien de ingeroepen oudere handelsnaam (in meer of mindere mate) beschrijvend is of onderscheidend vermogen mist. Aan het algemene belang dat aanduidingen die beschrijvend zijn voor de aard van een onderneming of van de door haar geleverde waren of diensten, door een ieder vrij moeten kunnen worden gebruikt, kan in voldoende mate recht worden gedaan door dat belang te betrekken bij de beoordeling van de vraag of en, zo ja, in hoeverre, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.