AB 2011/159
Rechtseenheid. Precisering van de benadering van het bewijs van ontvangst van niet-aangetekend verzonden stukken.
RvS 10-05-2011, ECLI:NL:RVS:2011:BQ4617, m.nt. R. Ortlep
- Instantie
Raad van State
- Datum
10 mei 2011
- Magistraten
Mrs. J.E.M. Polak, R.R. Winter, M.W.C. Feteris
- Zaaknummer
201010777/1/V1.
- Noot
R. Ortlep
- LJN
BQ4617
- JCDI
JCDI:ADS908736:1
- Vakgebied(en)
Bestuursprocesrecht / Hoger beroep
Bestuursrecht algemeen (V)
Bestuursprocesrecht / Administratief beroep
Bestuursprocesrecht / Algemeen
Bestuursprocesrecht / Beroep
Bestuursprocesrecht / Bezwaar
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2011:BQ4617, Uitspraak, Raad van State, 10‑05‑2011
- Wetingang
Essentie
Rechtseenheid. Precisering van de benadering van het bewijs van ontvangst van niet-aangetekend verzonden stukken.
Samenvatting
De hoogste bestuursrechters hanteren alle als uitgangspunt (zie voor een uitspraak van de Afdeling de uitspraak van 18 augustus 2010 in zaak nr. 201000189/1/H3, www.raadvanstate.nl) dat, in het geval van niet aangetekende verzending van een besluit of een ander rechtens van belang zijnd document, het bestuursorgaan aannemelijk dient te maken dat het desbetreffende stuk is verzonden. De omstandigheid dat per post verzonden stukken in de regel op het daarop vermelde adres van de geadresseerde worden bezorgd, rechtvaardigt het vermoeden van ontvangst van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.