NJ 1959/603
Schadevergoeding wegens onvoorzichtige doodslag. Behoefte van weduwe van den nedergeslagene i.v.m. testamentaire beschikking te haren gunste. Kapitalisering van schadevergoeding ex art. 1406 B. W. Making van vruchtgebruik aan tweede echtgenote. Recht van kinderen uit vroeger huwelijk tot omzetting daarvan in eigendom van beschikbaar deel.
HR 24-04-1959, ECLI:NL:HR:1959:24
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
24 april 1959
- Magistraten
Mrs. Donner, Boltjes, Houwing, Hülsmann en Petit
- Zaaknummer
[24041959/NJ_1959-603]
- Conclusie
Mr. Loeff
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Algemeen
Erfrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1959:24, Uitspraak, Hoge Raad, 24‑04‑1959
- Wetingang
(BW art. 949, 965, 968, 1395-1400, 1406.)
Essentie
Schadevergoeding wegens onvoorzichtige doodslag. Behoefte van weduwe van den nedergeslagene i.v.m. testamentaire beschikking te haren gunste. Kapitalisering van schadevergoeding ex art. 1406 B. W. Making van vruchtgebruik aan tweede echtgenote. Recht van kinderen uit vroeger huwelijk tot omzetting daarvan in eigendom van beschikbaar deel.
Samenvatting
Een natuurlijke verbintenis van het slachtoffer om na zijn dood in het levensonderhoud van zijn weduwe te voorzien, zou slechts aanwezig geacht kunnen worden, indien en voorzover voor haar bij zijn dood een behoefte aan zulk een voorziening zou blijken te hebben bestaan. Hiervan is te dezen geen sprake, nu de weduwe door ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.