Ambtshalve toepassing van EU-recht
Einde inhoudsopgave
Ambtshalve toepassing van EU-recht (BPP nr. XIV) 2012/5.3.5:5.3.5 Conclusies
Ambtshalve toepassing van EU-recht (BPP nr. XIV) 2012/5.3.5
5.3.5 Conclusies
Documentgegevens:
Mr. A.G.F. Ancery, datum 01-08-2012
- Datum
01-08-2012
- Auteur
Mr. A.G.F. Ancery
- JCDI
JCDI:ADS301009:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
198.
De plicht of bevoegdheid tot ambtshalve toepassing van consumentenrecht wordt door het HvJ EU gegrond op het beginsel van effectieve rechtsbescherming. Als een EU-richtlijn aan de consument een bijzondere bescherming toedeelt, kan de effectuering daarvan niet aan de consument worden gelaten. Immers, als de rechter niet ambtshalve ingrijpt, bestaat er een reële kans dat aan de consument niet de bescherming ten deel valt die hem volgens de EU-richtlijn wel toekomt. Dat hangt samen met de specifieke positie van de consument: hij is dikwijls onbekend met zijn rechten of ondervindt moeilijkheden bij het uitoefenen van die rechten vanwege de aan een procedure verbonden kosten. Vaak kiest een consument er dan ook voor om zich passief op te stellen in een civiele procedure. In arbitragezaken wordt de band van de openbare orde gehanteerd om te komen tot eenzelfde resultaat: bescherming van de consument. Het HvJ EU stelt de consumentenbeschermende richtlijn in dergelijke gevallen gelijk aan de openbare orde, op basis waarvan de rechter naar nationaal recht ambtshalve kan ingrijpen. Die keuze komt voort uit het voorliggende toetsingsobject, te weten het arbitraal vonnis. De mate waarin hij een arbitraal vonnis kan beoordelen is uiterst beperkt.
Hoewel de rechtspraak van het HvJ EU de eerste zes jaar slechts betrekking had op de Richtlijn oneerlijke bedingen, is zij de afgelopen jaren uitgebreid naar de Richtlijn consumentenkrediet en de Richtlijn buiten verkoopruimten gesloten overeenkomsten. Dat past ook goed bij de ratio voor de verplichting tot ambtshalve ingrijpen. In de literatuur wordt wel bepleit dat deze rechtspraak ook buiten het consumentenrecht zou kunnen worden toegepast. Dat is mijns inziens echter niet op voorhand aannemelijk. Weliswaar zijn er meer EU-richtlijnen met een bijzonder beschermingskarakter, maar het is de vraag of de zwakkere partij ook dan moeilijkheden zal ondervinden bij het uitoefenen van haar rechten, vanwege onbekendheid met rechten en/of de aan een civiele procedure verbonden kosten. Alleen dan zal immers gesteld kunnen worden dat de rechtspraak van het HvJ EU kan worden uitgebreid naar deze richtlijnen. Tot dat moment zal het zich beperken tot de consumentenbeschermende richtlijnen.