NJ 2013/361
Weigering vergunning te verlenen op grond van Wet Bibob, gelet op strafrechtelijke antecedenten. Klacht niet-ontvankelijk.
EHRM 20-03-2012, ECLI:CE:ECHR:2012:0320DEC001845007, m.nt. P.H.P.H.M.C. van Kempen (Bingöl/Nederland)
- Instantie
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
- Datum
20 maart 2012
- Magistraten
J. Casadevall, C. Bîrsan, A. Gyulumyan, E. Myjer, I. Ziemele, L. López Guerra, M. Poalelungi
- Zaaknummer
18450/07
- Noot
P.H.P.H.M.C. van Kempen
- LJN
BX2657
- Roepnaam
Bingöl/Nederland
- JCDI
JCDI:ADS96947:1
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Onbekend (V)
Openbare orde en veiligheid / Bibob
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Horecarecht / Drank- en horecavergunning
- Brondocumenten
ECLI:CE:ECHR:2012:0320DEC001845007, Uitspraak, Europees Hof voor de Rechten van de Mens, 20‑03‑2012
- Wetingang
Art. 6 lid 2 EVRM
Essentie
Weigering vergunning te verlenen op grond van Wet Bibob, gelet op strafrechtelijke antecedenten. Klacht niet-ontvankelijk.
Samenvatting
Artikel 6 verbiedt nationale gerechten niet om acht te slaan op een bestaand strafblad met het oog op veroordeling en bestraffing. Het Hof ziet geen principiële reden waarom artikel 6 lid 2 EVRM de bevoegde autoriteiten daarvan zou moeten weerhouden bij beoordeling van de vraag of een persoon voldoet aan alle integriteitseisen benodigd voor een bepaald doel. Procedure om een bepaalde vergunning te verkrijgen had bovendien geen betrekking op het vaststellen van een ‘criminal charge’ als bedoeld in ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.