Parketnummer 22/003011-22.
HR, 18-11-2025, nr. 23/03802
ECLI:NL:HR:2025:1704
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
18-11-2025
- Zaaknummer
23/03802
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Materieel strafrecht (V)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2025:1704, Uitspraak, Hoge Raad, 18‑11‑2025; (Cassatie)
In cassatie op: ECLI:NL:GHDHA:2023:2080
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2025:1048
ECLI:NL:PHR:2025:1048, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 30‑09‑2025
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2025:1704
- Vindplaatsen
SR-Updates.nl 2025-0355
Uitspraak 18‑11‑2025
Inhoudsindicatie
Medeplegen diefstal met geweld van duur horloge in 2021 in Dordrecht, art. 312.2.2 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. 1. Bewijsklacht. Kan daderschap van verdachte uit bewijsvoering worden afgeleid? 2. Borgersbrief van benadeelde partijen. Ad 1. Hof heeft in zijn bewijsvoering vastgesteld dat slachtoffer op 27-8-2021 om ongeveer 22.40 uur door 2 mannen is overvallen voor zijn woning aan a-straat in Dordrecht. In weken voorafgaand aan overval is auto van verdachte door bewoners van woningen aan b-straat in Dordrecht aantal malen gesignaleerd tegenover hun woningen en is waargenomen dat “donkergekleurde” inzittenden van auto dan vanaf die locatie in richting van a-straat liepen. Op betreffende dagen is ook telefoon van verdachte in omgeving van a-straat geweest. Auto van verdachte beschikt, ondanks andersluidende bewering van verdachte, over panoramadak. Volgens ANPR-gegevens over auto van verdachte en historische verkeersgegevens over mobiele telefoon van verdachte, zijn die auto en telefoon op 27-8-2021 voorafgaand aan overval vanuit Rotterdam verplaatst naar Dordrecht. Op camerabeelden vanaf woning aan b-straat in Dordrecht is waargenomen dat daar die avond om 22.41 uur auto met panoramadak vanuit richting van a-straat komt gereden. Auto van verdachte en telefoon van verdachte zijn daarna weer verplaatst naar Rotterdam. Uit deze vaststellingen heeft hof kunnen afleiden dat verdachte 1 van de 2 daders van overval is geweest. Daarbij is mede van belang dat hof in zijn overwegingen heeft kunnen betrekken dat, hoewel door bewoners van woningen aan b-straat opgegeven signalementen “niet echt onderscheidende kenmerken bevatten”, uiterlijk van verdachte wel in deze signalementen past, en verder dat (in cassatie niet betwist) het door verdachte aangedragen “alternatieve scenario” (dat hij zijn auto op dag van overval zou hebben verhuurd en dat hij zijn telefoon in auto zou hebben achtergelaten) als ongeloofwaardig terzijde moest worden geschoven. Bewezenverklaring is toereikend gemotiveerd. Ad 2. HR neemt kennis van schriftelijke reactie van advocaat van b.p.’s op CAG. Volgt verwerping. CAG: anders.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/03802
Datum 18 november 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 29 september 2023, nummer 22-003011-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1998,
hierna: de verdachte.
1. Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat J. Kuijper bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en terugwijzing naar het hof Den Haag , opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
De advocaat van de benadeelde partijen, A.J. van der Duijn Schouten, heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2. Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
2.1
Het cassatiemiddel klaagt dat de bewezenverklaring niet uit de bewijsvoering kan worden afgeleid.
2.2.1
Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:
“1.
hij op 27 augustus 2021 te [plaats] tezamen en in vereniging met een ander een horloge (Rolex), dat aan [slachtoffer 1] toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen genoemde [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken door (meermalen)
- die [slachtoffer 1] met kracht vast te pakken en tegen de grond te werken en
- in het gezicht van die [slachtoffer 1] te trappen en te slaan en
- tegen het hoofd van die [slachtoffer 2] te slaan en
- naar die [slachtoffer 1] te roepen: "Horloge, horloge!".”
2.2.2
Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:
“1. Een proces-verbaal van aangifte d.d. 1 september 2021 van de politie Eenheid Rotterdam met nr. PL1700-2021266365-2. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 10 e.v.):
als de op 27 augustus 2021 afgelegde verklaring van [slachtoffer 1] :
Op 27 augustus 2021 omstreeks 22.39 uur kwam ik thuis aan de [a-straat 1] te [plaats] met mijn auto. Wij stapten uit. Door mijn nieuwe heup gaat dit wat langzamer. Opeens sprong er iemand langs achteren op mij. Ik verzette mij en mijn vrouw rende weg. Toen kwamen ze met z'n tweeën naar mij.
Ik lag op de grond en één man zat op mij. Ik hoorde hem meerdere keren zeggen: "Horloge, horloge". Eén van de twee had een masker op. Ik liet het toe dat hij mijn horloge van mijn linker pols af haalde. Dit horloge was een Rolex met een waarde van ongeveer € 32.000,-.
Ik heb niemand het recht of de toestemming gegeven mijn horloge toe te eigenen.
2. Een proces-verbaal van verhoor aangever d.d. 1 september 2021 van de politie Eenheid Rotterdam met nr. PL1700-2021266365-9. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 13 e.v.):
als de op 28 augustus 2021 afgelegde verklaring van [slachtoffer 1] :
Naar aanleiding van de beroving van mijn horloge, gisteravond 27 augustus (het hof begrijpt: 2021) doe ik ook aanvullende aangifte namens mijn vrouw [slachtoffer 2] (het hof begrijpt: [slachtoffer 2] ).
Mijn vrouw heeft een klap op de zijkant links op haar slaap gekregen. Ik kreeg ook een paar klappen in mijn gezicht. Ik heb ook harde trappen in mijn gezicht gekregen terwijl ik op de grond lag. Dat was in mijn gezicht. Ik ben vier à vijf keer getrapt, op een pompende manier, dus achter elkaar.
Signalement dader 1: Dit is zeker een Antilliaanse man, een dikkere man, niet afgetraind. Hij is kleiner dan ik. Ik ben 1.87 meter. Deze dader 1 riep om mijn horloge. Ik hoorde dat hij een Antilliaans accent had. Hij had ook een Antilliaanse kleur.
Signalement dader 2: Deze was dun en meer afgetraind. Hij had ongeveer dezelfde lengte als dader 1. Deze dader 2 heeft mijn vrouw eerst geslagen. Daarna kwam hij naar mij en heeft mij getrapt. Waarschijnlijk is de tweede ook Antilliaans.
3. Een proces-verbaal van aangifte d.d. 28 augustus 2021 van de politie Eenheid Rotterdam met nr. PL1700-2021266370-2. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 25 e.v.):
als de op 27 augustus 2021 afgelegde verklaring van [slachtoffer 2] :
Op 27 augustus 2021 kwam ik samen met mijn man (het hof begrijpt: [slachtoffer 1] ) aan bij onze woning aan de [a-straat 1] in [plaats] . Dit was omstreeks 22.30 uur. Wij kwamen aan met de auto. Wij wilden uitstappen. Mijn man is zojuist geopereerd aan zijn heup en moet geholpen worden met uitstappen. Ik stapte uit en deed de deur van de bestuurderszijde open. Ik wilde zijn been pakken. Ineens zag ik twee voor mij onbekende mannen.
Ik zag dat zij beiden op mijn man doken en ik zag dat zij hem aanvielen. Ik riep om hulp en zag daarna dat mijn man uit de auto was en op de grond lag met deze twee personen. Ik hoorde dat zij meerdere malen riepen: "horloge, horloge, horloge".
Ergens tijdens de schermutseling ben ik geslagen.
Aan niemand werd het recht of de toestemming gegeven tot het plegen van het feit.
4. Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 30 augustus 2021 van de politie Eenheid Rotterdam met documentcode 2108301319.amb. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 75):
als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar:
Op 30 augustus 2021 heeft [slachtoffer 1] zijn auto voorzien van [kenteken 1] naar garage [A] BV, gelegen aan de [b-straat 1] te [plaats] , gebracht voor het repareren van een schade. Ter plaatse bij het eerder genoemde garagebedrijf heb ik een onderzoek aan de auto ingesteld en heb ik onder het voertuig een magnetisch baken aangetroffen. Dit baken heb ik inbeslaggenomen en veilig gesteld voor verder onderzoek.
5. Een proces-verbaal veiligstellen data d.d. 23 september 2021 van de politie Eenheid Rotterdam met nr. 2021266365 (documentcode 2109221123.OIG). Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 76 e.v.):
als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar:
Omschrijving goed: GPS baken
Merk: TKSTAR (het hof begrijpt: Tristar)
[afbeelding]
6. Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 3 september 2021 van de politie Eenheid Rotterdam met documentcode 2109031339. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 36):
als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar:
Op 3 september 2021 ben ik naar de [c-straat 1] te [plaats] gelopen en heb ik daar de bewoner [getuige 1] gesproken. Hij vertelde mij dat hij op 4 augustus 2021 omstreeks 19.30 uur zijn auto parkeerde tegenover zijn woning. Terwijl hij dat deed zag hij een hem onbekend manspersoon staan. Hij zag dat deze persoon vervolgens in een grijs voertuig stapte voorzien van het [kenteken 2] . Hij zag dat deze persoon daar enige tijd bleef zitten en na een poosje wegliep in de richting van [d-straat] . De persoon kon hij omschrijven als een donkergekleurde manspersoon van een jaar of 25 oud. Van zijn buurvrouw hoorde hij later dat tijdens zijn vakantie deze persoon nog meerdere malen daar gezien is.
7. Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 8 september 2021 van de politie Eenheid Rotterdam met documentcode 2109081722. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 37 e.v.):
als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar:
Naar aanleiding van een buurtonderzoek, waarbij de bewoner van [c-straat 1] te [plaats] verklaarde dat zijn buurvrouw van [c-straat 2] ook het een en ander had gezien, ben ik naar deze bewoonster gegaan. [getuige 2] verklaarde dat zij had gezien dat de persoon, omschreven door de bewoner van [c-straat 1] , ook door haar was opgemerkt en dat zij deze persoon daarna nog een aantal malen heeft gezien. Dit was in de periode tussen 4 augustus 2021 en 20 augustus 2021. Telkens werd het voertuig, voorzien van het [kenteken 2] , op dezelfde plek geparkeerd, aan de overzijde van de woning [c-straat 1] . [getuige 2] kon de personen die bij dit voertuig hoorden omschrijven als donker getinte personen, van half 20. Zij verklaarde dat de laatste keer 19 of 20 augustus (het hof begrijpt: 2021) was geweest en dat de mannen toen een half uur/drie kwartier weg waren gelopen in de richting van de [a-straat] .
8. Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 16 november 2021 van de politie Eenheid Rotterdam met documentcode 2111161630.AMB. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 49 e.v.):
als relaas van de betreffende opsporingsambtenaren:
Op 13 september 2021 is een onderzoek gestart naar een telefoonnummer wat in gebruik zou zijn bij de [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1998.
Ik, [verbalisant 1] , zag in het politiesysteem BVI dat de wijkagent [betrokkene 1] op 9 september 2021 bij [verdachte] aan de deur was geweest zonder hem te spreken. Hij had zijn moeder wel gesproken. Die dag omstreeks 21.25 uur nam [verdachte] telefonisch contact op met de wijkagent echter zonder nummerherkenning. De wijkagent maakte gebruik van het [telefoonnummer 1] .
Hierop zijn de verkeersgegevens telefonie gevorderd behorende bij het telefoonnummer van de wijkagent op dat moment. Hierbij werden de volgende gegevens verstrekt door Provider KPN:
[tabel]
Hieruit bleek dat de [verdachte] gebruik maakte van het [telefoonnummer 2] .
Ook van dit nummer werden de historische verkeersgegevens gevorderd en verkregen. Hieruit blijkt dat deze telefoon op verschillende tijdstippen in [plaats] en in de omgeving van de plaats delict aan de [a-straat] te [plaats] is geweest. Ook de aanrijroute op de datum delict is daarbij opgenomen. Deze momenten heb ik, [verbalisant 2] , samengevoegd en geven het volgende beeld te zien:
[tabel]
Hieruit blijkt dat deze telefoon op de volgende data gebruik maakt van de zendmast [… ] :
2 augustus 2021
4 augustus 2021
13 augustus 2021
14 augustus 2021
15 augustus 2021
De zendmast [… ] bestrijkt het gebied van de [c-straat] en de [a-straat] te [plaats] .
Op de momenten genoemd door de getuigen [getuige 1] en [getuige 2] is de telefoon van verdachte in het zendmastgebied van de [… ] . Het [kenteken 2] staat op naam van de [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1998.
Ook zijn voertuig is dus daar.
Ik, [verbalisant 2] , heb de ANPR gegevens gevorderd behorende bij het [kenteken 2] . Bij vergelijking van de locaties en tijdstippen van de historische verkeersgegevens blijkt dat ook de telefoon in gebruik bij de [verdachte] de locaties/route volgt van zijn voertuig.
ANPR-gegevens:
[tabel]
Uit de verkeersgegevens blijkt dat op de dag van de beroving deze telefoon in [plaats] was en de route heeft gevolgd van het voertuig van [verdachte] . De telefoonlocaties [… ] , [… ] en de [… ] te [plaats] zijn zendmasten gelegen langs de route van [plaats] naar de [a-straat] .
De route terug van zowel de telefoon als het voertuig van de verdachte is ook in overeenstemming met de historische verkeersgegevens van zijn telefoon, namelijk de [… ] richting [plaats] via de [… ] naar de [… ] .
9. De verklaring van de verdachte.
De verdachte heeft ter terechtzitting in eerste aanleg van 1 juli 2022 verklaard – zakelijk weergegeven –:
U vraagt mij of de auto met het [kenteken 2] en het [telefoonnummer 2] van mij zijn. Dat klopt, de auto en het telefoonnummer zijn van mij.
10. Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 maart 2022 van de politie Eenheid Rotterdam met documentcode 2203281400.AMB (met bijlage). Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 131 e.v.):
als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar:
De verdachte heeft tijdens zijn voorgeleiding voor de rechter-commissaris onder meer verklaard dat hij zijn voertuig verhuurde en dat zijn telefoon toevallig in de auto lag toen hij deze had verhuurd. Gezien deze verklaring heb ik een onderzoek ingesteld naar het gebruik van het [telefoonnummer 2] .
De historische verkeersgegevens van het [telefoonnummer 2] zijn gevorderd en verstrekt over de periode 14 april 2021 tot en met 14 oktober 2021.
Bij dit proces-verbaal is een bijlage gevoegd waarop de momenten zijn te zien dat de telefoon van de [verdachte] in [plaats] was (in de kleur geel weergegeven). De locatie [… ] is de locatie van de zend- en ontvangmast die door deze telefoon op die momenten werd gebruikt. Een telefoon op de plaats delict ( [a-straat] ) maakt normaliter ook gebruik van deze zendmast.
Daarnaast worden gesprekken gevoerd (in de bijlage met oranje weergegeven) met vier verschillende telefoonnummers waaronder de vriendin van [verdachte] met wie hij een kind heeft. Deze vriendin is genaamd [betrokkene 2] . Uit de politiesystemen blijkt dat zij gebruik maakt van het [telefoonnummer 3] . Dit telefoonnummer heeft zij op 26 augustus 2021 als haar nummer opgegeven. Op 27 augustus 2021 te 23.02 uur heeft de gebruiker van het [telefoonnummer 2] contact met dit telefoonnummer. Omdat dit de vriendin is van [verdachte] is het zeer waarschijnlijk dat hij dit zelf is geweest.
Daarbij is zijn telefoon voorzien van een codering voor toegang. Het is daarmee niet aannemelijk dat anderen gebruik hebben kunnen maken van deze telefoon. Ook heeft de gebruiker van deze telefoon tijdens de perioden dat hij in [plaats] was ook anderen gebeld en is door anderen gebeld. Deze nummers komen naast die momenten veelvuldig voor over de gehele periode dat deze telefoon gebruikt werd door [verdachte] :
Over de gevorderde zes maanden heeft hij ongeveer 500 contactmomenten met het [telefoonnummer 4] . Met het [telefoonnummer 5] heeft hij 325 contactmomenten, met het [telefoonnummer 6] heeft hij 230 contactmomenten en met het [telefoonnummer 3] (vriendin) heeft hij ongeveer 400 contactmomenten.
[tabel]
11. De verklaring van de verdachte.
De verdachte heeft ter terechtzitting in eerste aanleg van 4 oktober 2022 verklaard -zakelijk weergegeven-:
De voorzitter deelt mede:
Het telefoonnummer eindigend op - [… ] is het telefoonnummer waarmee is gebeld naar uw neef [betrokkene 3] . Klopt het dat dit uw neef is?
De verdachte deelt mede:
Ja, dit klopt.
12. Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 oktober 2022 van de politie Eenheid Rotterdam met documentcode 2210041240.PVBEV. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven –:
als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar:
Uit de gevorderde historische verkeersgegevens van het [telefoonnummer 2] blijkt dat deze telefoon dagelijks in gebruik was in de periode van 24 juni 2021 tot en met 24 september 2021. In ieder geval zijn iedere dag meerdere uitgaande gesprekken te zien, geen dag uitgezonderd. Dit geldt ook voor de inkomende gesprekken. Daarnaast is er sprake van nagenoeg iedere dag uitgaand dataverkeer alsmede inkomende en uitgaande SMS-berichten.
13. Een geschrift, zijnde een mutatierapport d.d. 8 mei 2021, opgemaakt door [verbalisant 5] . Het houdt onder meer in –zakelijk weergegeven–:
Datum: 8 mei 2021
Op voornoemde datum zie ik voor coffeeshop [B] aan de [… ] te [plaats] een Seat Ibiza geparkeerd staan. Achter het stuur zat [verdachte] .
In het dashboardkastje is een GPS tracker aangetroffen (in verpakkingsdoos), van het merk Tristar.
14. Een proces-verbaal van verdenking d.d. 11 september 2021 van de politie Eenheid Rotterdam met documentcode 2109111410.AMB PV27. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 54 e.v.):
als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar:
Op 27 mei 2021 werd het voertuig [kenteken 2] gecontroleerd en was [verdachte] de bestuurder.
15. Een geschrift, zijnde een mutatierapport d.d. 1 juni 2021, opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] . Het houdt onder meer in –zakelijk weergegeven–:
Datum: 1 juni 2021
Rapps hoorden een melding vallen van lachgasgebruik op de [… ] . Hierin werd het [kenteken 2] genoemd.
Tp troffen wij de ten naam gestelde als bestuurder van het voertuig. Dit betrof: [verdachte] ‘98.
In de auto troffen wij een GPS baken.
16. Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 12 september 2021 van de politie Eenheid Rotterdam met documentcode 2109031600.AMB. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 39 e.v.):
als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar:
Uit een onderzoek in de omgeving bleek dat de bewoners van de [c-straat 3] (het hof begrijpt: te [plaats] ) beelden hadden van de [c-straat] waarop mogelijk de daders dan wel hun vluchtvoertuig(en) stond(en).
Beeld 27 augustus 2021 22.42.28:
Aan van links naar rechts bewegende verlichting is te zien dat een voertuig achteruit de rijbaan van de [c-straat] oprijdt vanaf een parkeerplaats tegenover pand [c-straat 1] aan de [c-straat] .
Dit voertuig rijdt vervolgens met een ander voertuig vanuit de richting [a-straat] in de richting van de [e-straat] . Gekomen ter hoogte van de camera is te zien dat het tweede voertuig een personenauto is voorzien van een panoramadak.
17. Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 8 augustus 2022 van de politie Eenheid Rotterdam met documentcode 2208081200.AMB met bijlagen. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 190 e.v.):
als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar:
De verdediging van [verdachte] heeft aangegeven dat het voertuig van hem niet voorzien is van een panoramadak. Uit de ANPR gegevens blijkt dat op de foto’s daarbij het voertuig met dit kenteken is te zien, een donkergrijze Seat type Ibiza voorzien van een panoramadak (zie bijlage 6) .
Bijlage 6
[afbeelding]”
2.2.3
Het hof heeft over de bewezenverklaring verder overwogen:
“Namens de verdachte heeft de raadsvrouw zich – op de gronden zoals verwoord in haar overgelegde en in het dossier gevoegde pleitaantekeningen – ter terechtzitting in hoger beroep op het standpunt gesteld dat de verdachte van het onder 1 tenlastegelegde behoort te worden vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs.
Het hof overweegt hieromtrent het volgende.
Op grond van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep stelt het hof het volgende vast.
Op 27 augustus 2021 omstreeks 22.39 uur kwam aangever [slachtoffer 1] samen met zijn vrouw [slachtoffer 2] aan bij zijn woning aan de [a-straat 1] te [plaats] . Nadat zij uit de auto waren gestapt sprong er een persoon op [slachtoffer 1] . Toen [slachtoffer 1] zich verzette, kwam er een tweede persoon naar hem toe. [slachtoffer 1] lag op de grond en een man zat op hem die meermalen "Horloge, horloge" riep. Uiteindelijk is [slachtoffer 1] van zijn horloge van het merk Rolex beroofd. Tijdens de overval zijn er geweldshandelingen jegens [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] verricht. [slachtoffer 2] heeft een klap op de zijkant links van haar slaap gekregen. [slachtoffer 1] is - terwijl hij op de grond lag - meermalen in zijn gezicht geslagen en getrapt.
[slachtoffer 1] heeft de volgende signalementen van de daders opgegeven:
- Dader 1: een Antilliaanse man, een dikkere man, niet afgetraind en kleiner dan 1.87 meter. Deze dader riep om het horloge.
- Dader 2: deze dader was dun en meer afgetraind. Hij had ongeveer dezelfde lengte als dader 1. Deze dader heeft de geweldshandelingen verricht. Waarschijnlijk is deze dader ook Antilliaans.
Korte tijd na de overval heeft [slachtoffer 1] zijn auto naar een garagebedrijf gebracht. Ter plaatse bij het garagebedrijf is een onderzoek aan de auto van [slachtoffer 1] ingesteld en is onder de auto een magnetisch baken, een GPS-tracker van het merk Tristar, aangetroffen.
Voor beantwoording van de vraag of de verdachte een van de twee daders van de overval is geweest, acht het hof het volgende van belang.
Voorafgaande aan 27 augustus 2021
De [getuige 1] heeft verklaard dat hij op 4 augustus 2021, drie weken voor de overval, omstreeks 19.30 uur zijn auto parkeerde tegenover zijn woning aan de [c-straat 1] te [plaats] en dat hij op dat moment een hem onbekende manspersoon zag staan, die vervolgens in een grijs voertuig voorzien van het [kenteken 2] stapte. De man bleef enige tijd zitten en liep vervolgens weg in de richting van [d-straat] . De persoon kon hij omschrijven als een donkergekleurde manspersoon van ongeveer 25 jaar oud.
De [getuige 2] heeft verklaard dat zij de persoon, zoals omschreven door [getuige 1] , in de periode tussen 4 augustus 2021 en 20 augustus 2021 een aantal malen heeft gezien. Telkenmale werd het voertuig voorzien van het [kenteken 2] op dezelfde plek geparkeerd, aan de overzijde van de woning aan de [c-straat 1] . De getuige heeft de personen die bij dit voertuig hoorden omschreven als donkergetinte personen, van halverwege 20 jaar oud. Zij heeft deze personen voor het laatst op 19 of 20 augustus 2021 gezien en de mannen waren toen een half uur tot drie kwartier weggelopen in de richting van de [a-straat] , waar [slachtoffer 1] met zijn vrouw [slachtoffer 2] woonachtig is.
Uit onderzoek is gebleken dat het [kenteken 2] in augustus 2021 op naam van de verdachte stond en dat de verdachte het [telefoonnummer 2] in gebruik had. De verdachte heeft dit op de terechtzitting in eerste aanleg ook erkend.
Van het [telefoonnummer 2] zijn de historische verkeersgegevens opgevraagd. Uit deze gegevens blijkt dat de verdachte over in zes maanden (14 april 2021 tot en met 14 oktober 2021) vele contactmomenten heeft gehad. Zo heeft hij ongeveer 500 contactmomenten met het [telefoonnummer 4] (het telefoonnummer van zijn neef), 325 contactmomenten met het telefoonnummer [telefoonnummer 5] , 230 contactmomenten met het [telefoonnummer 6] en ongeveer 400 contactmomenten met het [telefoonnummer 3] (het telefoonnummer van zijn vriendin) gehad.
In de periode 24 juni 2021 tot en met 24 september 2021 was deze telefoon dagelijks in gebruik. Er was op alle dagen, geen dag uitgezonderd, sprake van in- en uitgaande gesprekken. Daarnaast was er sprake van nagenoeg iedere dag uitgaand dataverkeer alsmede inkomende en uitgaande SMS-berichten.
Uit de historische verkeersgegevens volgt voorts dat de telefoon op 2, 4, 13, 14 en 15 augustus 2021 gebruik heeft gemaakt van de zendmast [… ] . De zendmast [… ] bestrijkt het gebied van de [c-straat] en de [a-straat] te [plaats] .
Uit mutatierapporten komt ook naar voren dat de verdachte op 8 mei 2021, 27 mei 2021 en 1 juni 2021 de bestuurder was van de Seat Ibiza, kleur grijs, voorzien van het [kenteken 2] . Op eerst- en laatstgenoemde datum werd in die auto een GPS-tracker/baken (op 8 mei 2021 van het merk Tristar met verpakkingsdoos) aangetroffen.
Op 27 augustus 2021
Door de politie is nader onderzoek verricht naar de ANPR-gegevens van het [kenteken 2] op 27 augustus 2021. Uit de verstrekte gegevens is gebleken dat de Seat met dit kenteken op 27 augustus 2021 om 21.56 uur is gesignaleerd op de [… ] ter hoogte van de [… ] rijdende van noord naar zuid, om 22.47 uur passeerde op de [… ] ter hoogte van de [… ] te [plaats] rijdende in de richting van [plaats] en om 23.15 uur op de [… ] wederom ter hoogte van de [… ] werd aangetroffen, rijdende en nu van zuid naar noord. Bij vergelijking van de locaties en de tijdstippen van de historische verkeersgegevens is gebleken dat ook de telefoon in gebruik bij de verdachte precies de locaties/route van dit voertuig volgt.
Zo is naar voren gekomen dat op 27 augustus 2021 de telefoon van de verdachte zich vanuit [plaats] via de [… ] naar [plaats] verplaatste. De telefoonlocaties [… ] , [… ] en de [… ] te [plaats] zijn zendmasten gelegen langs de route van [plaats] naar de [a-straat] . Om 22.11 uur straalde de telefoon de mast op de [… ] in [plaats] aan. Dat is op enkele kilometers afstand van de [a-straat] in [plaats] . Het eerstvolgende moment dat de telefoon een zendmast aanstraalde was omstreeks 22.51 uur, dat was een mast op [… ] in [plaats] . De overval heeft omstreeks 22.40 uur plaatsgevonden. De afstand van de [a-straat] naar [… ] kan volgens Google Maps worden afgelegd in 11 minuten.
Op camerabeelden van de woning aan de [c-straat 3] in [plaats] is door een verbalisant waargenomen dat op 27 augustus 2021 te 22.42 uur een voertuig vanuit de richting van de [a-straat] gereden komt en dat dit voertuig voorzien is van een panoramadak. Op foto’s van de ANPR-gegevens valt waar te nemen dat het voertuig, een donkergrijze Seat Ibiza, met het [kenteken 2] voorzien is van een panoramadak.
Uit onderzoek is verder naar voren gekomen dat het [telefoonnummer 2] op de avond van de overval zowel om 21.07 uur als om 22.51 uur contact heeft gehad met de neef van de verdachte en vervolgens om 23.02 uur contact heeft gehad met de vriendin van de verdachte. De telefoon behorende bij voornoemde nummer was voorzien van een vergrendelcode.
Conclusie
Voornoemde feiten en omstandigheden – in onderlinge samenhang bezien – maken dat het hof wettig en overtuigend bewezen acht dat de verdachte een van de twee daders van de overval is geweest. Het hof acht in dit verband van belang dat de auto van de verdachte voorafgaande aan de overval meermalen in de buurt van de woning van [slachtoffer 1] is gesignaleerd en dat de telefoon van de verdachte meermalen een zendmast heeft aangestraald die het gebied van de woning van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] bestrijkt. Tevens zijn de ANPR-gegevens van de auto van de verdachte, die een bepaalde route hebben opgeleverd, rondom het tijdstip van de overval in lijn met de zendmastgegevens van het aan de verdachte toebehorende telefoonnummer. Hoewel de door [slachtoffer 1] en de getuigen [getuige 1] en [getuige 2] opgegeven signalementen niet echt onderscheidende kenmerken bevatten, past het uiterlijk van de verdachte wel degelijk in deze signalementen. De verdachte was ten tijde van de overval immers 22 jaar oud, heeft een Kaapverdiaanse achtergrond en heeft zoals het hof uit het persoonsdossier heeft kunnen vaststellen een donkergetinte huidskleur. Daarbij komt dat de auto van de verdachte voorzien is van een panoramadak, welk onderscheidende kenmerk eveneens is waargenomen bij de auto die blijkens de camerabeelden zeer kort na de overval uit de richting van de straat van [slachtoffer 1] gereden komt. Tot slot is er tijdens twee controles in de auto van de verdachte, waarbij hij telkens als bestuurder van de auto optrad, een GPS-tracker/baken aangetroffen. Dit bleek in ieder geval op 8 mei 2021 een GPS-tracker te zijn van hetzelfde merk als de GPS-tracker die onder de auto van [slachtoffer 1] is gevonden.
Het door de verdachte gepresenteerde alternatieve scenario dat hij zijn auto op de dag van de overval zou hebben verhuurd en dat hij zijn telefoon altijd in zijn auto zou achterlaten teneinde te kunnen achterhalen waar zijn auto zich bevindt, verwerpt het hof. De verdachte is in een laat stadium, namelijk eerst op de terechtzitting in eerste aanleg, met dit alternatieve scenario gekomen. Bij de rechter-commissaris heeft de verdachte namelijk nog verklaard dat het zo kon zijn dat zijn telefoon "toevallig net in de auto lag toen die werd verhuurd". Maar bovenal vindt het alternatieve scenario zijn weerlegging in het dossier, doordat de telefoon in de periode rondom de overval zeer frequent door de verdachte werd gebruikt voor gespreksverkeer, de telefoon kort vóór en na de overval contact had met bekenden van de verdachte (zijn neef en zijn vriendin) en de telefoon was voorzien van een vergrendelcode. Niet is gesteld noch is gebleken dat de verdachte de code voor ontgrendeling van zijn telefoon aan een ander ter beschikking heeft gesteld dan wel dat zijn telefoon door een ander dan hemzelf werd gebruikt. Daarbij komt dat de verdachte niet heeft aangeduid noch met stukken heeft onderbouwd aan wie hij zijn auto op de dag van de overval zou hebben verhuurd. Het hof stelt de verklaring van de verdachte op dit punt dan ook als ongeloofwaardig terzijde.”
2.3.1
Het hof heeft in zijn bewijsvoering onder meer de volgende vaststellingen gedaan. Op 27 augustus 2021 om ongeveer 22.40 uur is [slachtoffer 1] door twee mannen overvallen voor zijn woning aan de [a-straat] in [plaats] . In de weken voorafgaand aan de overval is de auto van de verdachte door bewoners van de [c-straat 1] en [c-straat 2] in [plaats] ( [getuige 1] en [getuige 2] ) een aantal malen gesignaleerd tegenover hun woningen en is waargenomen dat de “donkergekleurde” inzittenden van de auto dan vanaf die locatie in de richting van de [a-straat] liepen. Op de betreffende dagen is ook de telefoon van de verdachte in de omgeving van de [a-straat] geweest. De auto van de verdachte beschikt, ondanks een andersluidende bewering van de verdachte, over een panoramadak. Volgens ANPR-gegevens over de auto van de verdachte en historische verkeersgegevens over de mobiele telefoon van de verdachte, zijn die auto en telefoon op 27 augustus 2021 voorafgaand aan de overval vanuit [plaats] verplaatst naar [plaats] . Op camerabeelden vanaf de woning aan de [c-straat 3] in [plaats] is waargenomen dat daar die avond om 22.41 uur een auto met een panoramadak vanuit de richting van de [a-straat] komt gereden. De auto van de verdachte en de telefoon van de verdachte zijn daarna weer verplaatst naar [plaats] .
2.3.2
Uit deze vaststellingen heeft het hof kunnen afleiden dat de verdachte een van de twee daders van de overval is geweest. Daarbij is mede van belang dat het hof in zijn overwegingen heeft kunnen betrekken dat, hoewel de door [slachtoffer 1] en [getuige 1] en [getuige 2] opgegeven signalementen “niet echt onderscheidende kenmerken bevatten”, het uiterlijk van de verdachte wel in deze signalementen past, en verder dat – in cassatie niet betwist – het door de verdachte aangedragen “alternatieve scenario” (dat hij zijn auto op de dag van de overval zou hebben verhuurd en dat hij zijn telefoon in de auto zou hebben achtergelaten) als ongeloofwaardig terzijde moest worden geschoven. De bewezenverklaring is toereikend gemotiveerd.
2.3.3
Het cassatiemiddel faalt.
3. Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
3.1
Het cassatiemiddel klaagt dat in de cassatiefase de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM) is overschreden omdat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden.
3.2
Het cassatiemiddel is gegrond. Bovendien doet de Hoge Raad uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Een en ander brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van 30 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
- vermindert deze in die zin dat deze 29 maanden, waarvan 10 voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren beloopt;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 november 2025.
Conclusie 30‑09‑2025
Inhoudsindicatie
Conclusie AG. Straatroof van Rolex-horloge. Twee middelen. Middel 1, dat klaagt dat het oordeel van het hof dat de verdachte een van de twee daders van de straatroof is geweest onvoldoende met redenen is omkleed, slaagt volgens de AG. Middel 2 klaagt terecht over een overschrijding van de inzendtermijn. Conclusie strekt tot vernietiging en terugwijzing.
Partij(en)
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 23/03802
Zitting 30 september 2025
CONCLUSIE
V.M.A. Sinnige
In de zaak
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1998,
hierna: de verdachte
1. Inleiding
1.1
De verdachte is bij arrest van 29 september 2023 door het gerechtshof Den Haag1.wegens “diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen”, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, met aftrek van het voorarrest.2.Voorts heeft het hof beslist op de vorderingen van de benadeelde partijen en aan de verdachte de schadevergoedingsmaatregel opgelegd, een en ander zoals nader in het arrest omschreven.
1.2
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. J. Kuijper, advocaat in Amsterdam, heeft twee middelen van cassatie voorgesteld.
1.3
Het eerste middel komt op tegen de bewezenverklaring. Het tweede middel klaagt over een overschrijding van de inzendtermijn in cassatie.
2. Het eerste middel
2.1
Het middel behelst de klacht dat de bewijsvoering niet redengevend is voor de bewezenverklaring en de bewezenverklaring daarmee onvoldoende met redenen is omkleed.
De bewijsvoering door het hof
2.2
Ten laste van de verdachte heeft het hof bewezen verklaard dat:
“hij op 27 augustus 2021 te [plaats] tezamen en in vereniging met een ander een horloge (Rolex), dat aan [aangever ] toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen genoemde [aangever ] en [aangeefster] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken door (meermalen)
- die [aangever ] met kracht vast te pakken en tegen de grond te werken en
- in het gezicht van die [aangever ] te trappen en te slaan en
- tegen het hoofd van die [aangeefster] te slaan en
- naar die [aangever ] te roepen: “Horloge, horloge!”.”
2.3
Het hof heeft voorts overwogen:
“Op grond van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep stelt het hof het volgende vast.
Op 27 augustus 2021 omstreeks 22.39 uur kwam [aangever ] samen met zijn vrouw [aangeefster] aan bij zijn woning aan de [a-straat 1] te [plaats] . Nadat zij uit de auto waren gestapt sprong er een persoon op [aangever ] . Toen [aangever ] zich verzette, kwam er een tweede persoon naar hem toe. [aangever ] lag op de grond en een man zat op hem die meermalen “Horloge, horloge” riep. Uiteindelijk is [aangever ] van zijn horloge van het merk Rolex beroofd. Tijdens de overval zijn er geweldshandelingen jegens [aangever ] en [aangeefster] verricht. [aangeefster] heeft een klap op de zijkant links van haar slaap gekregen. [aangever ] is – terwijl hij op de grond lag – meermalen in zijn gezicht geslagen en getrapt.
[aangever ] heeft de volgende signalementen van de daders opgegeven:
- Dader 1: een Antilliaanse man, een dikkere man, niet afgetraind en kleiner dan 1.87 meter. Deze dader riep om het horloge.
- Dader 2: deze dader was dun en meer afgetraind. Hij had ongeveer dezelfde lengte als dader 1. Deze dader heeft de geweldshandelingen verricht. Waarschijnlijk is deze dader ook Antilliaans.
Korte tijd na de overval heeft [aangever ] zijn auto naar een garagebedrijf gebracht. Ter plaatse bij het garagebedrijf is een onderzoek aan de auto van [aangever ] ingesteld en is onder de auto een magnetisch baken, een GPS-tracker van het merk Tristar, aangetroffen.
Voor beantwoording van de vraag of de verdachte een van de twee daders van de overval is geweest, acht het hof het volgende van belang.
Voorafgaande aan 27 augustus 2021
De [getuige 1] heeft verklaard dat hij op 4 augustus 2021, drie weken voor de overval, omstreeks 19.30 uur zijn auto parkeerde tegenover zijn woning aan de [b-straat 1] te [plaats] en dat hij op dat moment een hem onbekende manspersoon zag staan, die vervolgens in een grijs voertuig voorzien van het [kenteken] stapte. De man bleef enige tijd zitten en liep vervolgens weg in de richting van [...] . De persoon kon hij omschrijven als een donkergekleurde manspersoon van ongeveer 25 jaar oud.
De [getuige 2] heeft verklaard dat zij de persoon, zoals omschreven door [getuige 1] , in de periode tussen 4 augustus 2021 en 20 augustus 2021 een aantal malen heeft gezien. Telkenmale werd het voertuig voorzien van het [kenteken] op dezelfde plek geparkeerd, aan de overzijde van de woning aan de [b-straat 1] . De getuige heeft de personen die bij dit voertuig hoorden omschreven als donkergetinte personen, van halverwege 20 jaar oud. Zij heeft deze personen voor het laatst op 19 of 20 augustus 2021 gezien en de mannen waren toen een half uur tot drie kwartier weggelopen in de richting van de [...] , waar [aangever ] met zijn vrouw [aangeefster] woonachtig is.
Uit onderzoek is gebleken dat het [kenteken] in augustus 2021 op naam van de verdachte stond en dat de verdachte het [telefoonnummer 1] in gebruik had. De verdachte heeft dit op de terechtzitting in eerste aanleg ook erkend.
Van het [telefoonnummer 1] zijn de historische verkeersgegevens opgevraagd. Uit deze gegevens blijkt dat de verdachte over in zes maanden (14 april 2021 tot en met 14 oktober 2021) vele contactmomenten heeft gehad. Zo heeft hij ongeveer 500 contactmomenten met het [telefoonnummer 2] (het telefoonnummer van zijn neef), 325 contactmomenten met het [telefoonnummer 3] , 230 contactmomenten met het [telefoonnummer 4] en ongeveer 400 contactmomenten met het [telefoonnummer 5] (het telefoonnummer van zijn vriendin) gehad.
In de periode 24 juni 2021 tot en met 24 september 2021 was deze telefoon dagelijks in gebruik. Er was op alle dagen, geen dag uitgezonderd, sprake van in- en uitgaande gesprekken. Daarnaast was er sprake van nagenoeg iedere dag uitgaand dataverkeer alsmede inkomende en uitgaande SMS.
Uit de historische verkeersgegevens volgt voorts dat de telefoon op 2, 4, 13, 14 en 15 augustus 2021 gebruik heeft gemaakt van de zendmast [...] . De zendmast [...] bestrijkt het gebied van de [...] en de [...] te [plaats] .
Uit mutatierapporten komt ook naar voren dat de verdachte op 8 mei 2021, 27 mei 2021 en 1 juni 2021 de bestuurder was van de Seat Ibiza, kleur grijs, voorzien van het [kenteken] . Op eerst- en laatstgenoemde datum werd in die auto een GPS-tracker/baken (op 8 mei 2021 van het merk Tristar met verpakkingsdoos) aangetroffen.
Op 27 augustus 2021
Door de politie is nader onderzoek verricht naar de ANPR-gegevens van het [kenteken] op 27 augustus 2021. Uit de verstrekte gegevens is gebleken dat de Seat met dit kenteken op 27 augustus 2021 om 21.56 uur is gesignaleerd op de [...] tor hoogte van de [...] rijdende van noord naar zuid, om 22.47 uur passeerde op de [...] ter hoogte van [...] te [plaats] rijdende in de richting van [plaats] en om 23.15 uur op de [...] wederom ter hoogte van de [...] werd aangetroffen, rijdende en nu van zuid naar noord. Bij vergelijking van de locaties en de tijdstippen van de historische verkeersgegevens is gebleken dat ook de telefoon in gebruik bij de verdachte precies de locaties/route van dit voertuig volgt.
Zo is naar voren gekomen dat op 27 augustus 2021 de telefoon van de verdachte zich vanuit [geboorteplaats] via de [...] naar [plaats] verplaatste. De telefoonlocaties [...] , [...] en de [...] te [plaats] zijn zendmasten gelegen langs de route van [geboorteplaats] naar de [...] . Om 22.11 uur straalde de telefoon de mast op de [...] in [plaats] aan. Dat is op enkele kilometers afstand van de [...] in [plaats] . Het eerstvolgende moment dat de telefoon een zendmast aanstraalde was omstreeks 22.51 uur, dat was een mast op [...] in [plaats] . De overval heeft omstreeks 22.40 uur plaatsgevonden. De afstand van de [...] naar [...] kan volgens Google Maps worden afgelegd in 11 minuten.
Op camerabeelden van de woning aan de [b-straat 2] in [plaats] is door een verbalisant waargenomen dat op 27 augustus 2021 te 22.42 uur een voertuig vanuit de richting van de [...] gereden komt en dat dit voertuig voorzien is van een panoramadak. Op foto’s van de ANPR-gegevens valt waar te nemen dat het voertuig, een donkergrijze Seat Ibiza, met het [kenteken] voorzien is van een panoramadak.
Uit onderzoek is verder naar voren gekomen dat het [telefoonnummer 1] op de avond van de overval zowel om 21.07 uur als om 22.51 uur contact heeft gehad met de neef van de verdachte en vervolgens om 23.02 uur contact heeft gehad met de vriendin van de verdachte. De telefoon behorende bij voornoemde nummer was voorzien van een vergrendelcode.
Conclusie
Voornoemde feiten en omstandigheden – in onderlinge samenhang bezien – maken dat het hof wettig en overtuigend bewezen acht dat de verdachte een van de twee daders van de overval is geweest. Het hof acht in dit verband van belang dat de auto van de verdachte voorafgaande aan de overval meermalen in de buurt van de woning van [aangever ] is gesignaleerd en dat de telefoon van de verdachte meermalen een zendmast heeft aangestraald die het gebied van de woning van [aangever ] en [aangeefster] bestrijkt. Tevens zijn de ANPR-gegevens van de auto van de verdachte, die een bepaalde route hebben opgeleverd, rondom het tijdstip van de overval in lijn met de zendmastgegevens van het aan de verdachte toebehorende telefoonnummer. Hoewel de door [aangever ] en de getuigen [getuige 1] en [getuige 2] opgegeven signalementen niet echt onderscheidende kenmerken bevatten, past het uiterlijk van de verdachte wel degelijk in deze signalementen. De verdachte was ten tijde van de overval immers 22 jaar oud, heeft een Kaapverdiaanse achtergrond en heeft zoals het hof uit het persoonsdossier heeft kunnen vaststellen een donkergetinte huidskleur. Daarbij komt dat de auto van de verdachte voorzien is van een panoramadak, welk onderscheidende kenmerk eveneens is waargenomen bij de auto die blijkens de camerabeelden zeer kort na de overval uit de richting van de straat van [aangever ] gereden komt. Tot slot is er tijdens twee controles in de auto van de verdachte, waarbij hij telkens als bestuurder van de auto optrad, een GPS-tracker/baken aangetroffen. Dit bleek in ieder geval op 8 mei 2021 een GPS-tracker te zijn van hetzelfde merk als de GPS-tracker die onder de auto van [aangever ] is gevonden.
Het door de verdachte gepresenteerde alternatieve scenario dat hij zijn auto op de dag van de overval zou hebben verhuurd en dat hij zijn telefoon altijd in zijn auto zou achterlaten teneinde te kunnen achterhalen waar zijn auto zich bevindt, verwerpt het hof. De verdachte is in een laat stadium, namelijk eerst op de terechtzitting in eerste aanleg, met dit alternatieve scenario gekomen. Bij de rechter-commissaris heeft de verdachte namelijk nog verklaard dat het zo kon zijn dat zijn telefoon “toevallig net in de auto lag toen die werd verhuurd”. Maar bovenal vindt het alternatieve scenario zijn weerlegging in het dossier, doordat de telefoon in de periode rondom de overval zeer frequent door de verdachte werd gebruikt voor gespreksverkeer, de telefoon kort vóór en na de overval contact had met bekenden van de verdachte (zijn neef en zijn vriendin) en de telefoon was voorzien van een vergrendelcode. Niet is gesteld noch is gebleken is dat de verdachte de code voor ontgrendeling van zijn telefoon aan een ander ter beschikking heeft gesteld dan wel dat zijn telefoon door een ander dan hemzelf werd gebruikt. Daarbij komt dat de verdachte niet heeft aangeduid noch met stukken heeft onderbouwd aan wie hij zijn auto op de dag van de overval zou hebben verhuurd. Het hof stelt de verklaring van de verdachte op dit punt dan ook als ongeloofwaardig terzijde.”
De bespreking van het middel
2.4
Op 27 augustus 2021 omstreeks 22.39 uur kwamen [aangever ] en zijn vrouw [aangeefster] met de auto aan bij hun woning aan de [a-straat 1] in [plaats] . Op het moment dat zij uitstapten, is [aangever ] door twee mannen aangevallen en met geweld van zijn Rolex-horloge beroofd. In de worsteling die ontstond is ook geweld gebruikt tegen [aangeefster] . Kort na de overval is onder de auto van de aangevers een GPS-tracker van het merk Tristar aangetroffen. De verdachte wordt verweten dat hij een van de twee daders is van deze straatroof.
2.5
De verdachte is in eerste aanleg vrijgesproken van het medeplegen van diefstal met geweld, omdat naar het oordeel van de rechtbank niet is komen vast te staan dat de verdachte een van de twee mannen is geweest die het horloge met geweld heeft weggenomen.
2.6
In hoger beroep is het hof wél tot een bewezenverklaring gekomen. Samengevat heeft het hof daarbij – naast hetgeen hiervoor onder 2.4 staat vermeld – de volgende feiten en omstandigheden in aanmerking genomen:
- een auto met hetzelfde kenteken als de auto van de verdachte is blijkens getuigenverklaringen van [getuige 1] en [getuige 2] in de drie weken voor de overval meermaals gezien op de [...] in [plaats]3.;
- in diezelfde periode heeft de telefoon van de verdachte op meerdere dagen de zendmast [...] aangestraald, die onder meer het woonadres van de aangevers bestrijkt, alsook de [...] ;
- op 8 mei 2021 en 1 juni 2021 is in de auto van de verdachte een GPS-tracker/baken aangetroffen. Op 8 mei 2021 betrof dit een tracker van het merk Tristar met verpakkingsdoos;
- uit de ANPR-gegevens blijkt dat de auto van de verdachte op de avond van de overval om 21.56 uur is gesignaleerd op de [...] ter hoogte van de [...] rijdende van noord naar zuid, om 22.47 uur passeerde op de [...] ter hoogte van [...] te [plaats] rijdende in de richting van [plaats] en om 23.15 uur op de [...] wederom ter hoogte van de [...] werd aangetroffen, rijdende en nu van zuid naar noord;
- de telefoon van de verdachte volgde die avond precies de locaties/route van de auto van de verdachte;
- de telefoon van de verdachte heeft om 22.11 uur een mast op enkele kilometers afstand van de [...] aangestraald en om 22.51 uur – ongeveer elf minuten na de straatroof omstreeks 22.40 uur – een mast aan [...] in [plaats] ;
- de afstand tussen de [...] en [...] kan volgens Google Maps worden afgelegd in elf minuten;
- op camerabeelden van een woning op de [...]4.is te zien dat een auto met een panoramadak – waarvan de auto van de verdachte ook is voorzien – om 22.42 uur vanuit de richting van [...] gereden komt;
- het uiterlijk van de verdachte – een man van toen 22 jaar met een Kaapverdiaanse achtergrond – past bij de door [aangever ] en door de getuigen [getuige 1] en [getuige 2] opgegeven signalementen van een manspersoon, dan wel twee manspersonen van ongeveer 25 jaar oud met een donkere huidskleur.
2.7
Het hof heeft op grond van voornoemde feiten en omstandigheden geoordeeld dat de verdachte een van de twee daders geweest. Daarbij heeft het hof het door de verdachte gepresenteerde alternatieve scenario, inhoudende dat hij die dag zijn auto had verhuurd en dan altijd een van zijn telefoons in de auto laat liggen om te kunnen achterhalen waar de auto zich bevindt, als ongeloofwaardig terzijde geschoven. Bij die verwerping heeft het hof in de eerste plaats meegewogen dat de verdachte pas op de terechtzitting in eerste aanleg met dit scenario is gekomen en de verdachte niet heeft aangeduid noch met stukken heeft onderbouwd aan wie hij zijn auto die dag zou hebben verhuurd. Daarnaast heeft het hof acht geslagen op het feit dat de telefoon in de periode rondom de overval zeer frequent door de verdachte werd gebruikt voor gespreksverkeer, de telefoon kort vóór en na de overval contact had met bekenden van de verdachte (zijn neef en zijn vriendin) en de telefoon was voorzien van een vergrendelcode, terwijl niet is gesteld noch is gebleken dat de verdachte deze code aan een ander ter beschikking heeft gesteld dan wel dat zijn telefoon door een ander werd gebruikt.
2.8
Het middel voert met verschillende klachten aan dat de bewijsvoering geen toereikende, redengevende feiten en omstandigheden bevatten op grond waarvan (buiten redelijke twijfel) kan worden vastgesteld dat de verdachte een van de twee daders is die op 27 augustus 2021 de straatroof hebben gepleegd. Volgens de steller van het middel kan op grond van de bewijsvoering slechts worden vastgesteld dat de verdachte in de buurt van de plaats van de straatroof is geweest en kan verder niet worden vastgesteld of hij daar alleen was of met iemand anders.
2.9
Voorop moet worden gesteld dat de feitenrechter beslist wat hij van het beschikbare bewijsmateriaal betrouwbaar en bruikbaar vindt en aan welk bewijsmateriaal hij geen waarde toekent. De feitenrechter hoeft deze beslissingen over de selectie en waardering van het bewijsmateriaal niet te motiveren, behalve in bijzondere gevallen. Bij de beoordeling van het beschikbare bewijsmateriaal kan de feitenrechter betekenis toekennen aan onder meer de onderlinge samenhang van dit bewijsmateriaal en de mate waarin bewijsmateriaal steun vindt in ander bewijsmateriaal.5.In cassatie kan niet worden onderzocht of de door de feitenrechter in zijn bewijsmotivering vastgestelde feiten en omstandigheden en de conclusies van feitelijke aard die de feitenrechter daaruit heeft getrokken juist zijn. Dergelijke vaststellingen en gevolgtrekkingen kunnen in cassatie slechts op hun begrijpelijkheid worden onderzocht.6.
2.10
Het middel komt allereerst op tegen de vaststelling van het hof dat het signalement van de daders overeenkomt met het uiterlijk van de verdachte. Verder betoogt de steller van het middel dat niet redengevend voor de bewezenverklaring is dat:
(i) eerder een GPS-tracker is aangetroffen in de auto van de verdachte, nu niet is gebleken dat het om dezelfde GPS-tracker gaat die onder de auto van de aangever is gevonden en op laatstgenoemde GPS-tracker geen sporen van de verdachte zijn aangetroffen;
(ii) de auto van de verdachte een panoramadak heeft, omdat dit kenmerk onvoldoende uniek is;
(iii) de telefoon van de verdachte in de weken voor de straatroof gebruikgemaakt heeft van een zendmast in de buurt van de plaats delict.
2.11
Met deze klachten worden bepaalde delen van de bewijsconstructie van het hof geïsoleerd bezien. Uiteindelijk komt het echter neer op de vraag of de onder (i) tot en met (iii) genoemde feiten en omstandigheden, wanneer zij worden bezien in onderlinge samenhang met de overige feitelijke vaststellingen van het hof, de conclusie kunnen rechtvaardigen dat de verdachte een van de daders van de straatroof is geweest.
2.12
Daarbij merk ik op dat ik de bewijsvoering van het hof zó begrijp dat daarin besloten ligt dat de aangevers geen toevallig doelwit waren, maar dat zij in de weken vóór de straatroof kennelijk al in het vizier waren van (een van) de daders, hetgeen onder meer blijkt uit de GPS-tracker die onder hun auto is geplaatst. Daarbij kan wel degelijk betekenis toekomen aan het feit dat de telefoon van de verdachte in de weken voor de straatroof gebruikgemaakt heeft van een zendmast in de buurt van de woning van de aangevers (onder (iii)) en van het signalement dat de getuigen [getuige 1] en [getuige 2] hebben opgegeven van de man(nen) die zij in de weken voorafgaand aan de straatroof hebben gezien in hun straat in dezelfde buurt als de woning van de aangevers.
2.13
Ook zo bezien kunnen de door het hof tot het bewijs gebezigde feiten en omstandigheden naar mijn mening echter niet het oordeel dragen dat de verdachte een van de daders van de straatroof is geweest. Deze feiten en omstandigheden plaatsen de verdachte – althans zijn auto en zijn telefoon – op het moment van de straatroof en in de weken daarvoor niet in de straat waar de aangevers wonen, maar hoogstens in nabijgelegen straten honderden meters verderop. Die aanwezigheid daar op die bewuste momenten roept vragen op, maar dat lijkt mij op zichzelf onvoldoende om tot de gevolgtrekking te komen dat de verdachte een van de twee daders van de straatroof is geweest. De overige vaststellingen van het hof kunnen dit “gat” in de bewijsvoering evenmin dichten. Het feit dat tweemaal eerder bij de verdachte een GPS-tracker is aangetroffen is weliswaar opmerkelijk, maar zegt niet direct iets over de betrokkenheid van de verdachte bij deze straatroof. Het door de verdachte geschetste alternatieve scenario, dat het hof niet aannemelijk heeft geacht op grond van telecombewijs, doet eveneens de wenkbrauwen fronzen, maar het hof heeft – als ik het goed zie en voor wat het waard zou zijn – het ontbreken van een aannemelijke verklaring van de verdachte voor de aanwezigheid van zijn auto en zijn telefoon in de omgeving van de straatroof op die betreffende avond en in de weken daarvoor verder niet meegewogen bij zijn bewijsoordeel en evenmin dit omschreven scenario als kennelijk leugenachtige verklaring tot het bewijs gebezigd. Daarmee rest enkel als meest directe aanknopingspunt voor de betrokkenheid van de verdachte bij de straatroof het door de aangevers opgegeven signalement van de daders. Dit signalement, dat enkel ten aanzien van de huidskleur overeenkomt met het uiterlijk van de verdachte, is naar ik meen echter onvoldoende onderscheidend om de gevolgtrekking te kunnen rechtvaardigen dat het de verdachte is geweest die samen met een ander die avond de aangever van zijn horloge heeft beroofd.
2.14
Het middel slaagt.
3. Het tweede middel
3.1
Het middel klaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6 lid 1 EVRM is overschreden, omdat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden.
3.2
Namens de verdachte is op 2 oktober 2023 cassatie ingesteld. De stukken van het geding zijn op 20 augustus 2024 binnengekomen. Daarmee is de inzendtermijn van acht maanden met ruim twee maanden overschreden. Het middel klaagt daarover terecht. Indien de Hoge Raad zou besluiten de bestreden uitspraak te casseren op de grond die als het eerste middel is voorgesteld, zal de rechter naar wie de zaak wordt teruggewezen over deze schending van de redelijke termijn in de cassatiefase moeten oordelen en kan het tweede middel onbesproken blijven.
4. Slotsom
4.1
Beide middelen slagen.
4.2
Ambtshalve merk ik op dat indien de Hoge Raad uitspraak doet na 2 oktober 2025, de redelijke termijn als bedoeld in art. 6 lid 1 EVRM zal worden overschreden. Met deze overschrijding kan door het hof na terugwijzing rekening worden gehouden. Verder heb ik ambtshalve geen grond voor vernietiging van de uitspraak van het hof aangetroffen.
4.3
Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en terugwijzing naar het hof Den Haag, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
A-G
Voetnoten
Voetnoten Conclusie 30‑09‑2025
De rechtbank heeft de verdachte in eerste aanleg vrijgesproken van het ten laste gelegde.
Volgens Google Maps is dit (lopend) ongeveer 600 meter van het huis van de aangevers.
Deze woning is gelegen op (lopend) 700 meter van het huis van de aangevers.
HR 14 maart 2023, ECLI:NL:HR:2023:394.
HR 18 september 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD3530; HR 27 mei 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC7900, NJ 2008/626, m.nt. J.M. Reijntjes; HR 14 maart 2023, ECLI:NL:HR:2023:394.