FED 2022/117
Woningbouwcorporatiearrest. Sloop van sociale huurwoningen door woningcorporatie niet af te waarderen tot nihilwaarde van die woningen.
HR 23-09-2022, ECLI:NL:HR:2022:1274, m.nt. mr. dr. D.M. Broekhuijsen
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
23 september 2022
- Magistraten
Mrs. Van Hillten, Feteris, M.A. Fierstra, Faase, Van Eijsden
- Zaaknummer
20/04195
- Conclusie
A-G Wattel
- Noot
mr. dr. D.M. Broekhuijsen
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS679222:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting / Belastingplichtige
Inkomstenbelasting / Winst
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2022:1274, Uitspraak, Hoge Raad, 23‑09‑2022
Beroepschrift, Hoge Raad, 23‑09‑2022
ECLI:NL:PHR:2021:475, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 11‑05‑2021
- Wetingang
Art. 3.25 Wet IB 2001; art. 3.29c Wet IB 2001
Essentie
Woningbouwcorporatiearrest. Sloop van sociale huurwoningen door woningcorporatie niet af te waarderen tot nihilwaarde van die woningen.
Samenvatting
Belanghebbende, een woningcorporatie, heeft sociale huurwoningen gesloopt en daarvoor in de plaats nieuwe woningen laten bouwen. In het arrest verduidelijkt de Hoge Raad het Warenhuisarrest (HR 21 april 1993, ECLI:N:HR:1993:BH8556, BNB 1993/240, m.nt. G. Slot). Indien een bestaand gebouw wordt gesloopt ter wille van de stichting van een nieuw gebouw, wordt de kostprijs van het aldus verkregen nieuwe bedrijfsmiddel als regel gevormd door de boekwaarde dan wel de lagere bedrijfswaarde van het opgeofferde gebouw – met inbegrip van de grond – ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.