Belastingadvies 2015/13.1
Rente op via Mauritius omgeleide lening niet aftrekbaar
HR 05-06-2015, ECLI:NL:HR:2015:1460 (Mauritiusarrest,Mauritiuszaak)
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
5 juni 2015
- Zaaknummer
14/00343
- Roepnaam
Mauritiusarrest
Mauritiuszaak
- JCDI
JCDI:ADS921107:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2015:2167, Uitspraak, Hoge Raad, 14‑08‑2015
ECLI:NL:HR:2015:1460, Uitspraak, Hoge Raad, 05‑06‑2015
Beroepschrift, Hoge Raad, 24‑10‑2014
ECLI:NL:PHR:2014:1846, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 22‑09‑2014
Beroepschrift, Hoge Raad, 28‑02‑2014
- Wetingang
Art. 10a Wet VPB 1969
Essentie
In een langverwacht arrest schept de Hoge Raad duidelijkheid over de zogeheten dubbele zakelijkheidstoets van art. 10a lid 3 Wet op de vennootschapsbelasting 1969. Door de manier waarop het arrest is opgebouwd, kunnen uit het arrest bovendien een aantal rechtsregels worden afgeleid die van algemeen belang zijn bij de toepassing van art. 10a.
Samenvatting
Belanghebbenden zijn onderdeel van het A-concern, een Zuid-Afrikaans mediaconcern. De topholding van het A-concern is de in Zuid-Afrika gevestigde A die alle aandelen houdt in de eveneens in Zuid-Afrika gevestigde B, die op haar beurt alle aandelen houdt in X2 BV, één ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.