FED 2021/148
Belanghebbende heeft tegen de boetebeschikkingen bezwaar gemaakt vóór 1 augustus 2019. In zo’n geval blijven in fiscale boetezaken de bewijsregels van toepassing die de Hoge Raad tot het arrest van 5 juli 2019 hanteerde voor de beoordeling of het bezwaar tijdig is gemaakt. Volgens die oude bewijsregels behoefde de belanghebbende slechts te stellen dat hij een bezwaarschrift tegen een boetebeschikking tijdig ter post heeft bezorgd, dan wel dat en op welke grond een eventuele termijnoverschrijding niet aan hem is toe te rekenen.
HR 05-11-2021, ECLI:NL:HR:2021:1648, m.nt. mr. dr. P. van der Wal
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
5 november 2021
- Magistraten
Mrs. Van Hilten, Punt, Faase
- Zaaknummer
21/00037
- Conclusie
A-G Van der Wal
- Noot
mr. dr. P. van der Wal
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS532801:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2021:1648, Uitspraak, Hoge Raad, 05‑11‑2021
Beroepschrift, Hoge Raad, 26‑11‑2020
- Wetingang
Art. 6:7 t/m 6:9 Awb
Essentie
Belanghebbende heeft tegen de boetebeschikkingen bezwaar gemaakt vóór 1 augustus 2019. In zo’n geval blijven in fiscale boetezaken de bewijsregels van toepassing die de Hoge Raad tot het arrest van 5 juli 2019 hanteerde voor de beoordeling of het bezwaar tijdig is gemaakt. Volgens die oude bewijsregels behoefde de belanghebbende slechts te stellen dat hij een bezwaarschrift tegen een boetebeschikking tijdig ter post heeft bezorgd, dan wel dat en op welke grond een eventuele termijnoverschrijding niet aan hem is toe te rekenen.
Samenvatting
Belanghebbende heeft tegen de boetebeschikkingen bezwaar gemaakt vóór 1 augustus 2019. In zo’n geval blijven ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.