NJ 1931, p. 1563
Vischrecht heerlijkheid Lekkerkerk. Naar welk recht de verjaring van een heerlijk vischrecht door nlet-gebruik moet worden beoordeeld, naar het Oud-Vaderlandsche of naar het hedendaagsche recht.
HR 20-02-1931, ECLI:NL:HR:1931:352, m.nt. Prof. Mr. Paul Scholten
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
20 februari 1931
- Magistraten
(Mrs. Fentener van Vlissingen, Kosters, van den Dries, van Gelein Vitringa, Kranenburg.)
- Zaaknummer
[201931/NJ_1931,_p._1563]
- Conclusie
Mr. Besier
- Noot
Prof. Mr. Paul Scholten
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS152539:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1931:352, Uitspraak, Hoge Raad, 20‑02‑1931
- Wetingang
(BW art. 641, 1991.)
Essentie
Vischrecht heerlijkheid Lekkerkerk. Naar welk recht de verjaring van een heerlijk vischrecht door nlet-gebruik moet worden beoordeeld, naar het Oud-Vaderlandsche of naar het hedendaagsche recht.
Samenvatting
De rechten, die oudtijds aan de voormalige heerlijkheden, ridderhofsteden en havezaten waren verknocht, zijn bij S. B. van 26 Maart 1814 S. 46 in hun ouden aard en karakter hersteld. Dit brengt echter niet mede, dat het oude recht in allen deele de bedoelde rechten zoude beheerschen, met volledige uitsluiting van de ten tijde van het herstel geldende regelen der nieuwe wetgeving.
Bij niet-gebruik, ingetreden na de invoering van het B. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.