NJFS 2018/87
Officier van justitie niet-ontvankelijk in hoger beroep WAHV-zaak wegens gebrek aan belang; het tijdens het rijden bedienen van een telefoon die zich in een houder bevindt is niet strafbaar.
Hof Arnhem-Leeuwarden 07-03-2018, ECLI:NL:GHARL:2018:2186
- Instantie
Hof Arnhem-Leeuwarden
- Datum
7 maart 2018
- Magistraten
Mrs. W.M. Van Schuijlenburg, P.W.J. Sekeris, E. de Witt
- Zaaknummer
200.220.417 en 200.222.927
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Verkeersrecht / Handhaving verkeersvoorschriften
Strafprocesrecht / Rechtsmiddelen
Bijzonder strafrecht / Verkeersstrafrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHARL:2018:2186, Uitspraak, Hof Arnhem-Leeuwarden, 07‑03‑2018
- Wetingang
Art. 61a RVV
Essentie
Verkeersrecht (publiekelijk).
1. Het hof is in WAHV-zaken geroepen tot het beslechten van geschillen die betrekking hebben op een administratieve sanctie en niet tot de beantwoording van principiële vragen. Nu de officier van justitie heeft verzocht de beslissing van de kantonrechter te bevestigen, met inbegrip van de gronden waarop die beslissing berust, valt niet in te zien welk resultaat dat voor de officier van justitie feitelijke betekenis heeft, met deze procedure kan worden bereikt. Dit betekent dat de officier van justitie geen belang heeft bij een beslissing op het door hem ingestelde hoger beroep. Volgt niet-ontvankelijkverklaring van de officier ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.