Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/13.4.2.3
13.4.2.3 Wel rechtssubjectiviteit
mr. J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
mr. J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS363950:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Voor de goede orde: de kwalificatie van het samenwerkingsverband en de vraag aan de hand van welk recht dit beoordeelt moet worden staat slechts tot op zekere hoogte ter vrije dispositie van partijen. Ik laat dit en de daarbij spelende IPR-vragen buiten beschouwing Vgl. uitvoerig naar aanleiding van de overname van ABN Amro door het consortium in 2007, Blanco Fernández 2007, p. 622-623.
Zie ook Blanco Fernández 2007, p. 22-27.
In sommige gevallen zullen aandeelhouders juist wel een gezamenlijk front willen vormen, bijvoorbeeld in gevallen waarin het bestuur onder druk wordt gezet teneinde bepaalde besluiten af te dwingen (zie daarover uitgebreid § 7.5.5.3). In die gevallen zal er eerder sprake zijn van een vof.
Dit kan onderdeel zijn van een strategie om meer dealzekerheid te krijgen, zie daarover ook De Brauw/Beckers 2015, p. 36-37. In de praktijk heeft zich dit in een acting in concert-sfeer pas een keer voorgedaan, bij het gezamenlijke bod van Gilde en Parcom op Gamma Holding in 2010.
Bezit het samenwerkingsverband wel rechtssubjectiviteit, dan kan er wel een biedplicht ontstaan. Een geval waarin dit kan spelen is als de samenwerking als vennootschap zou kwalificeren.1 De stille maatschap ligt dan het meest voor de hand. Voor de overige personenvennootschappen is immers deelname aan het rechtsverkeer onder gemeenschappelijke naam vereist; bij acting in concert zal doorgaans alles in het werk worden gesteld om niet als eenheid te kunnen worden aangemerkt (§ 9.4.5).2,3 Een voorwaarde voor het ontstaan van een biedplicht is uiteraard wel dat de stemrechten van de vennoten zijn ingebracht in het vennootschapsvermogen (§ 12.4.2). Is dat het geval dan zijn zij naast de vennootschap hoofdelijk biedplichtig.
Het samenwerkingsverband kan ook de rechtsvorm van een BV of NV hebben. In dat geval kan voor de BV een biedplicht ontstaan, maar niet op grond van toerekening zoals hiervoor bedoeld. Indien door de samenwerkende partijen gehouden aandelen van de doelvennootschap worden ingebracht in de BV, dan ontstaat een biedplicht op naam van de rechtspersoon. In de praktijk zal deze situatie zich vooral voordoen wanneer partijen bewust aansturen op het uitbrengen van een verplicht bod.4 De biedplicht rust in zo’n geval mede op degenen die de BV controleren omdat voor hen het vermoeden van onderling overleg geldt uit de acting in concert-definitie (§ 11.3 en § 13.4.2.3).