Einde inhoudsopgave
De rol en positie van de raad van toezicht van de stichting (IVOR nr. 112) 2018/4.3.4
4.3.4 Belang van een duidelijk en concreet doel en doeloverschrijding
mr. M.J. van Uchelen-Schipper, datum 04-02-2018
- Datum
04-02-2018
- Auteur
mr. M.J. van Uchelen-Schipper
- JCDI
JCDI:ADS388541:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Ondernemingsrecht / Economische ordening
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Boschma & Snijder-Kuipers 2011, p. 47.
Een aantal auteurs heeft een voorstel gedaan om aan doeloverschrijding externe werking te ontnemen (zie onder meer Groenewald 2001, p. 197), maar de wetgever heeft dergelijke voorstellen vooralsnog niet overgenomen. Sommige auteurs menen, mijns inziens terecht, dat in een dergelijk voorstel tot het ontnemen van externe werking een uitzondering voor stichtingen overwogen zou moeten worden vanwege de prominente rol van het doel en het daaraan gebonden vermogen. Zie hierover Boschma & Snijder-Kuipers 2011, p. 49, en Boschma & Schutte-Veenstra 2012. Interessant in dit verband is ook het in 2012 gewijzigde Curaçaose rechtspersonenrecht op grond waarvan de statuten van een rechtspersoon een beroep op doeloverschrijding kunnen uitsluiten. Deze mogelijkheid biedt het Curaçaose recht echter uitdrukkelijk niet voor stichtingen, waarschijnlijk vanwege de bescherming van het doelgebonden vermogen. Zie hierover Boersma & Sprenger 2012.
HR 20 september 1996, NJ 1997, 149 (Playland). Indien het belang van de rechtspersoon met de rechtshandeling gediend is, zal niet snel sprake zijn van doeloverschrijding, aldus de HR in het Playland-arrest. Andersom is nog niet geoordeeld over en kan dus niet zo maar gezegd worden dat een rechtshandeling die het belang van de rechtspersoon schaadt, daarom buiten het doel valt.
Rechtbank Arnhem 30 januari 2008, JOR 2008/68 (Heilig Land Stichting) met noot Blanco Fernández, r.o. 5.26 en 5.27.
Stichtingsdoel als richtsnoer
Bestuurders en leden van de raad van toezicht van een stichting dienen zich naar mijn mening nog nadrukkelijker dan bestuurders en commissarissen van andere rechtspersonen bij de uitoefening hun taak te laten leiden door het stichtingsdoel (zie hierover uitgebreid paragraaf 5.3 en paragraaf 6.2). Alle rechtspersonen zijn in zekere zin doelorganisaties; rechtshandelingen van de rechtspersoon behoren dienstig te zijn aan het doel van de rechtspersoon. De voorname rol van het statutaire doel bij stichtingen blijkt mijns inziens uit de wettelijke omschrijving van de stichting. Anders dan bij andere rechtspersonen is in de wettelijke kenmerken terug te zien dat de stichting beoogt een in de statuten vermeld doel te verwezenlijken met behulp van het stichtingsvermogen dat daartoe bestemd is (artikel 2:285 lid 1 BW).
Concretisering
Vanwege het feit dat het bestuur en de raad van toezicht – indien deze is ingesteld – zich primair richten op (toezicht op) verwezenlijking van het stichtingsdoel, is het mijns inziens van belang dat de statutaire doelomschrijving duidelijk is en dat het doel enigszins geconcretiseerd is. Dat geeft zowel het bestuur als de raad van toezicht een duidelijk richtsnoer. Dit richtsnoer is des te belangrijker, omdat leden of aandeelhouders, die het bestuur en de raad van toezicht kunnen corrigeren, ontbreken. Bovendien wordt het bestuur van een stichting met een concrete doelomschrijving meer aan banden gelegd bij het aanwenden van het stichtingsvermogen (zie ook paragraaf 4.5 hierna).1 Bovendien volgt uit de doelomschrijving wie begunstigden van het stichtingsdoel zijn en als belanghebbenden bij de stichting kunnen worden aangemerkt. Het kan relevant zijn om concreet of concreter te maken wie wel en niet als belanghebbenden kunnen worden aangemerkt, aangezien belanghebbenden wettelijke middelen hebben om tegen de stichting op te treden (zie ook paragraaf 2.2 en paragraaf 6.2).
Doeloverschrijding
Stichtingsbestuurders mogen namens de stichting geen rechtshandelingen aangaan die buiten het stichtingsdoel vallen. Zo kan bijvoorbeeld het stellen van zekerheid ten behoeve van een schuld van een andere rechtspersoon (die een ander doel heeft), zeker als die andere rechtspersoon niet met de stichting in een groep is verbonden (zie hierover paragraaf 6.4.4), buiten het doel van de stichting vallen.
Leden van de raad van toezicht moeten in verband met hun toezichthoudende taak beoordelen of het stichtingsbestuur handelt overeenkomstig het – soms ruim geformuleerde – doel. Een ruime doelstelling geeft het bestuur veel beleidsvrijheid en het doel zal bovendien minder snel overschreden worden.
Doeloverschrijding is voor alle rechtspersonen geregeld in artikel 2:7 BW. Een rechtshandeling in strijd met het doel kan worden vernietigd indien de wederpartij wist dat het doel werd overschreden of dit zonder eigen onderzoek moest weten. Namens de stichting kan slechts het bestuur of, in geval van faillissement, de curator een beroep op doeloverschrijding doen. Vanwege de onzekere positie van derden wordt de sanctie van vernietigbaarheid van een rechtshandeling waarbij het doel wordt overschreden in de literatuur bekritiseerd.2
Bij de beantwoording van de vraag of door een bepaalde rechtshandeling het doel wordt overschreden moeten volgens de rechtspraak alle omstandigheden van het geval in aanmerking genomen worden. Daarbij is niet alleen de wijze waarop het doel in de statuten is omschreven beslissend. Uit rechtspraak die is gewezen voor vennootschappen volgt dat bij de beoordeling of een handeling valt binnen het statutaire doel tevens een rol speelt of het belang van de rechtspersoon is gediend met de rechtshandeling.3 Ook ten aanzien van stichtingen kan mijns inziens gezegd worden dat bij de beoordeling of sprake is van doeloverschrijding alle omstandigheden van het geval in aanmerking genomen moeten worden en dat relevant is of het belang van de stichting gediend is met de desbetreffende rechtshandeling, zoals in het voorbeeld van de lening of zekerheidsstelling ten behoeve van een andere rechtspersoon. In de rechtspraak is daarbij het waarborgen van de continuïteit van de onderneming genoemd als een relevante omstandigheid.4