Einde inhoudsopgave
Splitsing in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (FM nr. 171) 2021/1.5
1.5 Internationale fiscale context
Mr. dr. G.C. van der Burgt, datum 29-11-2021
- Datum
29-11-2021
- Auteur
Mr. dr. G.C. van der Burgt
- JCDI
JCDI:ADS491711:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting (V)
Voetnoten
Voetnoten
Richtlijn van 23 juli 1990 (90/434/EEG), PbEG 20 augustus 1990, nr. L 225/1. Deze Fusierichtlijn is in 2005 inhoudelijk gewijzigd en aangevuld. Zie de Richtlijn van 17 februari 2005 (2005/19/EG), PbEU 4 maart 2005, nr. L 58/19. Na enkele tekstuele wijzigingen (Richtlijn 2006/98/EG), is op 19 oktober 2009 een nieuwe gecodificeerde versie verschenen: Richtlijn van 19 oktober 2009 (2009/133/EG), PbEU 25 november 2009, nr. L 310/34.
Zie onderdeel 5.3.4.
Deze richtlijnvoorstellen borduren voort op het Richtlijnvoorstel van 16 maart 2011, COM/2011/121 definitief. Zie daarover bijvoorbeeld Van Eijsden, Van de Streek & Strik 2011 en H&I 2011/6.1.
Richtlijnvoorstel van 25 oktober 2016, COM/2016/685 definitief, V-N 2016/65.3 en Richtlijnvoorstel van 25 oktober 2016, COM/2016/683 definitief, V-N 2016/65.4. Zie bijvoorbeeld Weber & Van de Streek 2017, Van de Streek in: Terra/Wattel European Tax Law (Vol. 1) 2018, hoofdstuk 11 en het themanummer van WFR in 2017, aflevering 7184.
Zie het op 18 mei 2021 gepubliceerde document Communication from the Commission to the European Parliament and the Council, COM/2021/251 definitief, onder meer gepubliceerd in V-N 2021/24.13.
In de Ontwerprichtlijn CCCTB 2016 zijn wel enkele bepalingen gewijd aan bedrijfsreorganisaties. Voor dit onderzoek zijn deze regels niet direct relevant en daarom blijft een verdere bespreking achterwege. Zie voor een korte beschrijving bijvoorbeeld Van der Burgt, Cursus Belastingrecht VPB, onderdeel 2.6.0.G (bijgewerkt 12-1-2021).
Vgl. art. 1, lid 2, Ontwerprichtlijn CCTB 2016. Mogelijk is de gedachte dat een splitsingsregeling overbodig is voor transacties die onder het toepassingsbereik van de Fusierichtlijn vallen, zoals een splitsing (in Nederlandse terminologie: zuivere splitsing) en een gedeeltelijke splitsing (in Nederlandse terminologie: afsplitsing). Het bereik van de Fusierichtlijn is echter in beginsel beperkt tot gevallen waarbij vennootschappen uit twee of meer lidstaten betrokken zijn (art. 1, onderdeel a, EU-Fusierichtlijn). Ik schrijf bewust ‘in beginsel’, aangezien dit (voor Nederland) genuanceerder ligt vanwege de ‘Leur-Bloem-leer’. Zie daarover onderdeel 4.4.2.
Zie over het belang van dit onderzoek uitgebreider onderdeel 1.2.
Een onderzoek naar de splitsingsregels in de Nederlandse vennootschapsbelasting lijkt op het eerste gezicht mogelijk een zuiver nationaal onderwerp. Dat is echter niet het geval. In de eerste plaats dienen deze fiscale splitsingsregels in het geval van een grensoverschrijdende EU-situatie in overeenstemming te zijn met het primaire EU-recht: de verkeersvrijheden. In de tweede plaats kunnen deze nationale regels niet los worden gezien van de fiscale Fusierichtlijn.1 In de derde plaats heeft Nederland met tal van landen bilaterale belastingverdragen gesloten en de nationale splitsingsregels mogen daarmee niet in strijd komen. Hiermee is duidelijk dat in dit onderzoek niet kan worden volstaan met een blik binnen de Nederlandse landsgrenzen, maar worden de splitsingsregels in de vennootschapsbelasting onderzocht met inachtneming van de zojuist geschetste internationale fiscale context.2
Op 25 oktober 2016 heeft de Europese Commissie twee richtlijnvoorstellen gelanceerd om de vennootschapsbelastingstelsels van de lidstaten te harmoniseren.3 Dit zijn de Ontwerprichtlijn CCTB 2016 en de Ontwerprichtlijn CCCTB 2016.4 De Ontwerprichtlijn CCTB 2016 beperkt zich tot elementen die deel uitmaken van de gemeenschappelijke grondslag. Het gaat daarbij over regels om de heffingsgrondslag van de vennootschapsbelasting te berekenen, met inbegrip van een aantal bepalingen gericht tegen belastingontwijking. In de Ontwerprichtlijn CCCTB 2016 staat (grensoverschrijdende) consolidatie centraal. De beide richtlijnvoorstellen zullen worden ingetrokken zodra het aangekondigde richtlijnvoorstel BEFIT wordt gelanceerd, volgens planning uiterlijk in 2023.5 Ik volsta hier met de opmerking dat de Ontwerprichtlijn CCTB 2016 geen regels bevat voor splitsingen.6 Het is de vraag of dat in het richtlijnvoorstel BEFIT anders zal zijn. Mochten daarin eveneens regels voor splitsingen ontbreken, dan lijkt dat te impliceren dat een (in de toekomst mogelijk) aan die richtlijn onderworpen vennootschap die deelneemt aan een splitsing, de nationale splitsingsregels kan toepassen.7 Voor in Nederland gevestigde vennootschappen wordt dan teruggevallen op art. 14a Wet VPB 1969 en daarmee indirect ook op de Fusierichtlijn. Dat zou betekenen dat de splitsingsregels in de vennootschapsbelasting relevant blijven als BEFIT (of een opvolger daarvan) daadwerkelijk wordt omarmd door de lidstaten. Ook dat benadrukt het belang van dit onderzoek.8