Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/16.6.2
16.6.2 Verhouding uitdrukkelijke tot (een latere) stilzwijgende forumkeuze in EEX-V°/ Verdrag
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS413202:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
HvJ EG 24 juni 1981, zaak 150/80, Elefanten Schuh/Jacqmain, Jur. 1981, p. 1671, NJ 1981, 546 en HvJ EG 7 maart 1985, zaak 48/84, Spitzley/Sommer Exploitation, Jur. 1985, p. 787, NJ 1986, 336; vgl. HvJ EG 9 december 2003, zaak C-116/02, Gasser/MISAT, Jur. 2003, p.1-14693, NJ 2007, 151, r.o. 49.
Bom, J.T. 1995, p. 353 met verwijzingen naar Belgische rechtspraak; Verheul, Rechtsmacht, Deel I, p. 104; Kropholler, EZPR, p. 264; Gaudemet-Tallon, Les Conventions, p. 102; Gaudemet-Tallon, Compétence en Europe, p. 120; Krings, Preadvies NV1R 1978, p. 121 met verwijzing naar lagere Nederlandse rechtspraak; Lemaire, WPNR (5188), 1972, p. 398; Ras, TvP 1975, p. 897, Vlas, Rechtsvordering, Verdragen & Verordeningen, suppl. 292 (maart 2004), p. A-a-513; Rb. Arnhem 7 september 1989, NIPR 1990, 296; Hof 's-Gravenhage 26 maart 1986, 448; Rb. Amsterdam 5 december 1984, NIPR 1985,463; Rb. Amsterdam 20 oktober 1980, NJ 1981, 223; Rb. Rotterdam 5 december 2002, NIPR 2004, 350; Hof Bergen 2 mei 2005 in Hof van Cassatie 28 april 2006, Pro-Pak International BV/Liecopotatoes, http://www.cass.be, 24 mei 2006, JT 2006, afl. 2633, 507; Rb. Arnhem 28 september 2005, NIPR 2006, 198.
Hof Amsterdam 25 april 1996, NIPR 1997, 366.
HvJ EG 24 juni 1981, zaak 150/80, Elefanten Schuh/Jacqmain, Jur. 1981, p. 1671, NJ 1981, 546, r.o. 10.
Rapport Jenard, PbEG p. C 59/38.
HvJ EG 24 juni 1981, zaak 150/80, Elefanten Schuh/Jacqmain, Jur. 1981, p. 1671, NJ 1981, 546, r.o. 10.
Vgl.Leipold, IPRax 1982, p. 222.
Anders: Rb. Rotterdam 9 december 1983, NIPR 1984, 138. De rb. gaat toch uit van een forumkeuze tijdens de procedure in de zin van art. 17 EEX, omdat de forumkeuze door de eiser is gesteld en de verweerder deze forumkeuze niet heeft betwist. De rb. had de bevoegdheid moeten aannemen op grond van art. 18 EEX.
Volgens vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie1 derogeert art. 24 EEX-V°/18 Verdrag aan 23 EEX-V°/17 Verdrag in geval van een latere stilzwijgende forumkeuze. In de doctrine en lagere rechtspraak wordt dat unaniem onderschreven2 De werking van art. 24 EEX-V°/18 Verdrag sluit eveneens een beroep op een forumkeuze (krachtens art. 23 EEX-V°/17 Verdrag) in hoger beroep uit.3
Deze voorrang van art. 24 EEX-V°/18 Verdrag volgt allereerst de tekst van art. 24 EEX-V°/18 Verdrag. In de laatste zin maakt dit artikel slechts een uitzondering voor art. 22 EEX-V°/16 Verdrag. Dit tekstuele argument acht het Hof van Justitie doorslaggevend.4 Ook het Rapport Jenard5 wijst er uitdrukkelijk op dat uitsluitend in de gevallen van art. 16 EEX het gerecht zich onbevoegd moet verklaren. Slechts in deze limitatieve gevallen mag geen stilzwijgende forumkeuze worden aanvaard. Er zijn ook andere argumenten voor het aannemen van voorrang van art. 24 EEX-V°/18 Verdrag boven 23 EEX-V°/17 Verdrag aanwezig. Aan de algemene strekking of de doelstellingen van EEX-V°Nerdrag zijn geen argumenten te ontlenen op grond waarvan partijen met een forumkeuze hun geschil niet vrijwillig zouden kunnen voorleggen aan een ander dan het aangewezen gerecht.6 Deze gedachte is in lijn met de mogelijkheid dat partijen een nadere of latere overeenkomst sluiten. Niets kan partijen er van weerhouden om afstand te doen van de rechten uit een uitdrukkelijke forumkeuze. Art. 24 EEX-V°/18 Verdrag is in feite een uitvloeisel van een algemeen beginsel van overeenkomstenrecht en een gevolg van de omstandigheid dat de stilzwijgende forumkeuze een latere overeenkomst is die de eerdere vervangt. Het artikel beoogt mede in geval van een uitdrukkelijke forumkeuze de gevolgen te regelen van een wijziging van de wilsovereenstemming na het sluiten van de forumkeuze.7Deze wilswijziging kan eveneens stilzwijgend plaatsvinden.
De voorrang van art. 24 EEX-V°/18 Verdrag leidt ertoe dat het forum prorogatum niet is gedwongen de vormvoorschriften van art. 23 EEX-V°/17 Verdrag te toetsen. Het gerecht kan volstaan met het aannemen van bevoegdheid op grond van art. 24 EEX-V°/18 Verdrag.8 De conclusie luidt derhalve: art. 24 EEX-V°/18 Verdrag derogeert aan art. 23 EEX-V°/17 Verdrag in geval van een (latere) stilzwijgende forumkeuze. Partijen kunnen door een (latere) stilzwijgende forumkeuze afwijken van een uitdrukkelijke (andere) forumkeuze in de zin van art. 23 EEX-V°/17 Verdrag.