Einde inhoudsopgave
Aanvullen van subjectieve rechten (O&R nr. 109) 2019/13.1.3
13.1.3 Ratio in de Nederlandse literatuur
mr. drs. T.E. Booms, datum 01-01-2019
- Datum
01-01-2019
- Auteur
mr. drs. T.E. Booms
- JCDI
JCDI:ADS300455:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Mellema-Kranenburg 1988, p. 14: “Steeds wanneer een rechtssubject door het recht benadeeld dreigt te worden geeft de wet hem een mogelijkheid om dit nadeel op te heffen. Hij moet dan echter wel in actie komen. Het hem aangeboden wilsrecht werkt niet van rechtswege. Ik meen dan ook dat de praktische betekenis van het wilsrecht is gelegen in het feit dat men het kan gebruiken, wanneer men een rechtssubject de mogelijkheid wil bieden corrigerend in het normale rechtsleven op te treden.” Zie ook Aaftink 1974, p. 67 over “gevallen waarin het recht een wilsmacht verleent omdat een bepaalde toestand aanwezig is, waarin niet in abstracto, op grond van een algemeen geldende regel beoordeeld kan worden of het belang van een bepaalde persoon er meer mee gediend is dat deze toestand blijft voortbestaan, dan wel dat deze wordt beëindigd”. Hetzelfde argument is ook in de buitenlandse literatuur te vinden; zie bijvoorbeeld Barrère 2004, p. 147.
Het inroepen van deze actio Pauliana is een wilsrecht; zie Mellema-Kranenburg, Groene Serie Vermogensrecht, art. 3:45 BW, aant. 1.3 (laatst geraadpleegd 1 juli 2018).
Booms 2019, p. [29].
514. De ratio voor het op incidentele basis verlenen van wilsrechten aan subjectief gerechtigden om hun belangen te waarborgen, is erin gelegen dat daarmee kan worden ingespeeld op situaties die niet voor alle subjectief gerechtigden gelden. In plaats daarvan kan aan de subjectief gerechtigde een op de situatie toegespitst middel worden geboden dat hem helpt zijn belangen veilig te stellen.1 Denk bijvoorbeeld aan de situatie waarin een schuldeiser wordt benadeeld door rechtshandelingen van zijn schuldenaar. Niet alle schuldenaren proberen hun schuldeisers te benadelen. Voor die gevallen waarin dat wél aan de orde is, biedt de wet de mogelijkheid om de benadelende rechtshandelingen te vernietigen (bijvoorbeeld via art. 3:45 BW).2 Het op specifieke situaties toegespitste karakter van het wilsrecht houdt niet alleen in dat de subjectief gerechtigde precies het middel krijgt dat hij nodig heeft, maar ook dat de overheid dit middel kan inbedden in een op de belangen van het geval toegesneden raamwerk van processuele waarborgen en materiële afwegingen.3 Voor het vernietigen van benadelende rechtshandelingen houdt dit bijvoorbeeld in dat een afgewogen systeem van bewijsvermoedens kan worden gehanteerd (art. 3:46 BW).