AB 2020/66
CBR mag afgaan op de juistheid van de bevindingen in een op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakt en ondertekend proces-verbaal. CBR moest een EMA opleggen.
RvS 24-07-2019, ECLI:NL:RVS:2019:2551, m.nt. A.C. Hendriks
- Instantie
Raad van State
- Datum
24 juli 2019
- Magistraten
Mr. B.P.M. van Ravels
- Zaaknummer
201900924/1/A2
- Noot
A.C. Hendriks
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS182127:1
- Vakgebied(en)
Verkeersrecht / Rijbevoegdheid
Verkeersrecht / Verkeerstekens en verkeersmaatregelen
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2019:2551, Uitspraak, Raad van State, 24‑07‑2019
- Wetingang
Art. 8, 130, 131 WVW 1994; art. 11Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011 (Regeling)
Essentie
De aangiften van appellant tegen de verbalisanten zijn onvoldoende aanleiding om te twijfelen aan de bevindingen in de processen-verbaal. EMA terecht opgelegd.
Samenvatting
Een bestuursorgaan mag, onverminderd de eigen verantwoordelijkheid ten aanzien van het bewijs, in beginsel afgaan op de juistheid van de bevindingen in een op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakt en ondertekend proces-verbaal, voor zover deze eigen waarnemingen van de opsteller van het proces-verbaal weergeven. Indien die bevindingen worden betwist, zal moeten worden onderzocht of er, gelet op de aard en inhoud van die betwisting, grond bestaat voor zodanige twijfel aan die bevindingen dat deze niet of ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.