De woon- en vestigingsplaats in de BTW
Einde inhoudsopgave
De woon- en vestigingsplaats in de BTW (FM nr. 137) 2011/8.1:8.1 Inleiding
Archief
De woon- en vestigingsplaats in de BTW (FM nr. 137) 2011/8.1
8.1 Inleiding
Documentgegevens:
Mr. dr. M.M.W.D. Merkx, datum 10-05-2011
- Datum
10-05-2011
- Auteur
Mr. dr. M.M.W.D. Merkx
- JCDI
JCDI:ADS395263:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting (V)
Omzetbelasting / Algemeen
Internationaal belastingrecht / Heffingsbevoegdheid
Internationaal belastingrecht / Voorkoming van dubbele belasting
Omzetbelasting / Plaats van levering en dienst
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Aldus ook Kamer II, vergaderjaar 2008-2009, 31 907, nr. 7 (nota n.a.v. het verslag), blz. 8.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In hoofdstuk 7 is de vestigingsplaats voornamelijk besproken in situaties waarin de vestigingsplaats moet worden vastgesteld van de presterende ondernemer. Ook de vestigingsplaats van de afnemer is echter van belang. Op basis van art. 44, 58 en 59 btw-richtlijn (tekst vanaf 2010) kunnen diensten belast zijn in het land waar de afnemer is gevestigd. Art. 44 btw-richtlijn (tekst vanaf 2010) geldt hoofdzakelijk voor afnemers die belastingplichtig zijn.1 Art. 58 en 59 btw-richtlijn gelden voor afnemers die juist niet als belastingplichtigen kunnen worden aangemerkt.
In dit hoofdstuk zal allereerst aan de hand van art. 44 btw-richtlijn (tekst vanaf 2010) worden ingegaan op de situatie waarin de afnemer een belastingplichtige is. Daarbij zullen niet opnieuw de vestigingsplaatsvormen integraal worden besproken. Aangenomen moet worden dat de vestigingsplaats van een belastingplichtige in principe niet anders is in de situatie waarin hij een prestatie ontvangt dan in de situatie waarin hij een prestatie verricht.2 Wel kan het mogelijk zijn dat vestigingen die niet als zetel van bedrijfsuitoefening, vaste inrichting of woon- of gebruikelijke verblijfplaats kunnen worden aangemerkt wanneer het gaat om diensten die zijn belast in het land van de presterende ondernemer, wel als zodanig worden beschouwd wanneer diensten zijn belast in het land van de ontvangende ondernemer. Op deze kwestie zal dan ook worden ingegaan.
Vervolgens wordt aan de hand van art. 58 en 59 btw-richtlijn (tekst vanaf 2010) ingegaan op de situatie waarin de afnemer een niet-belastingplichtige is. Hierbij komen de vier vestigingsplaatsvormen, zetel van bedrijfsuitoefening, vaste inrichting, woon- en gebruikelijke verblijfplaats wel integraal aan de orde. De vraag is of zij ook gelden voor niet-belastingplichtigen en op welke wijze deze vestigingsplaatsvormen dan moeten worden ingevuld.