RFR 2016/133
Huwelijksvermogensrecht. Leidt een verplichting tot verrekening van winst uit onderneming op grond van art. 1:141 lid 4 BW tot verrekening van de in een besloten vennootschap opgepotte winst?
HR 24-06-2016, ECLI:NL:HR:2016:1287
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
24 juni 2016
- Magistraten
Mrs. A.M.J. van Buchem-Spapens, G. Snijders, T.H. Tanja-van den Broek
- Zaaknummer
15/02624
- Conclusie
A-G mr. E.B. Rank-Berenschot
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS924745:1
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht / Relatievermogensrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2016:1287, Uitspraak, Hoge Raad, 24‑06‑2016
ECLI:NL:PHR:2016:160, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 25‑03‑2016
- Wetingang
Essentie
Huwelijksvermogensrecht. Periodiek verrekenbeding.
Leidt een periodiek verrekenbeding met als inkomensbegrip ‘inkomsten uit arbeid, waaronder winst uit onderneming’ tot verrekening van de in een besloten vennootschap opgepotte winst (op grond van art. 1:141 lid 4 BW)?
Samenvatting
Partijen zijn gehuwd onder het maken van huwelijkse voorwaarden, inhoudende uitsluiting van iedere gemeenschap van goederen, maar met een periodiek verrekenbeding. Als inkomensbegrip is in de akte van huwelijkse voorwaarden gehanteerd ‘inkomsten uit arbeid, waaronder mede begrepen winst uit onderneming, alsmede uitkeringen die geacht worden voor inkomsten uit arbeid of winst uit onderneming in de plaats te treden, zoals ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.