In de zaak tegen een andere medeverdachte ( [A] ) heeft de Hoge Raad reeds op 4 april 2017, nr. 15/01973, ECLI:NL:HR:2017:584 (onderzoek aan smartphone) uitspraak gedaan. De Hoge Raad heeft de cassatieberoepen van de verdachte en de advocaat-generaal bij het hof in die zaak verworpen.
HR, 26-09-2017, nr. 15/01959
ECLI:NL:HR:2017:2488
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
26-09-2017
- Zaaknummer
15/01959
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2017:2488, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 26‑09‑2017; (Cassatie)
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2017:962, Gevolgd
ECLI:NL:PHR:2017:962, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 27‑06‑2017
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2017:2488, Gevolgd
- Vindplaatsen
Uitspraak 26‑09‑2017
Inhoudsindicatie
Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Samenhang met 15/02034 en ECLI:NL:HR:2017:592.
Partij(en)
26 september 2017
Strafkamer
nr. S 15/01959
IV/EC
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 22 april 2015, nummer 21/005969-14, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1995.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Middelen van cassatie zijn namens deze niet voorgesteld.De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.
2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 september 2017.
Conclusie 27‑06‑2017
Inhoudsindicatie
Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Samenhang met 15/02034 en ECLI:NL:HR:2017:592.
Nr. 15/01959 Zitting: 27 juni 2017 | Mr. F.W. Bleichrodt Conclusie inzake: [verdachte] |
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, heeft bij arrest van 22 april 2015 de verdachte wegens primair “openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen, terwijl het door de schuldige gepleegde geweld enig lichamelijk letsel ten gevolge heeft” veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 180 uren, subsidiair negentig dagen hechtenis, waarvan zestig uren, subsidiair dertig dagen hechtenis, voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren en met aftrek als bedoeld in art. 27 Sr. Voorts heeft het hof de vordering van de benadeelde partij toegewezen en aan de verdachte een schadevergoedingsmaatregel opgelegd, één en ander zoals in het arrest vermeld.
Deze zaak hangt samen met de zaak tegen [medeverdachte], nr. 15/02034, waarin ik vandaag eveneens concludeer.1.
3. Namens de verdachte is beroep in cassatie ingesteld. Er is geen schriftuur ingediend.
4. Op 3 februari 2016 is de aanzegging tevergeefs aangeboden op het oude, op dat moment reeds achterhaalde GBA-adres2.van de verdachte ( [a-straat 1] in Amsterdam).3.Vervolgens is de aanzegging - na niet te zijn afgehaald op het postkantoor - op 11 februari 2016 teruggezonden aan de Hoge Raad. Daarna is de aanzegging op 7 maart 2016 uitgereikt aan een huisgenoot van de verdachte op diens nieuwe GBA-adres ( [b-straat 1] in Lelystad), waarbij is voldaan aan de GBA-controle.4.Het in de cassatie-akte vermelde adres van de verdachte betreft het oude, achterhaalde GBA-adres van de verdachte in Amsterdam. Voorts is op 15 maart 2016 mededeling van de betekening gedaan aan de raadsman van de verdachte (mr. E.J.M.J. Damen, advocaat te Arnhem). Aldus is de aanzegging overeenkomstig art. 588, eerste lid, onder b, sub 1°, Sv, in verbinding met art. 588, derde lid, onder a, Sv, rechtsgeldig betekend.
5. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv niet in acht genomen, zodat de verdachte niet in zijn cassatieberoep kan worden ontvangen.
6. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Voetnoten
Voetnoten Conclusie 27‑06‑2017
Sinds 6 januari 2014 is de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (GBA) vervangen door de basisregistratie personen (BRP).
De aan de aanzegging gehechte ID-staat SKDB van 15 maart 2016 betreffende de verdachte houdt in dat hij vanaf 9 mei 2014 tot 7 januari 2016 in de GBA stond ingeschreven op het adres [a-straat 1] in Amsterdam.
Uit de aan de aanzegging gehechte ID-staat SKDB betreffende de verdachte van 15 maart 2016 volgt dat de verdachte op de dag van de uitreiking van de aanzegging op dat adres stond ingeschreven in de GBA. Deze houdt immers in dat de verdachte niet was gedetineerd en dat hij met ingang van 7 januari 2016 stond ingeschreven op het adres [b-straat 1] in Lelystad