NJB 2025/307:Recht op tolkenbijstand. Civiel kort geding in verband met uitlevering ter strafvervolging. Hoge Raad: De klacht dat het hof niet kenbaar heeft onderzocht of de verdachte de Nederlandse taal verstond en sprak, en of aan hem de kosteloze bijstand van een tolk zou moeten worden verstrekt, mist feitelijke grondslag. Verder voert de klacht niet aan dat het hof ambtshalve was gehouden te voorzien in kosteloze tolkenbijstand hoewel noch de verdachte noch zijn advocaat bezwaar maakte tegen de mededeling van het hof dat de kosten van de tolk voor rekening van de verdachte zouden komen.