Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/6.2.3.1
6.2.3.1 Vervangende schadevergoedingsvordering: zaaksvervanging
J.W.A. Biemans, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
J.W.A. Biemans
- JCDI
JCDI:ADS587119:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Voetnoten
Voetnoten
Zie over substitutie Langemeijer 1927; Hammerstein 1977; en Spath 2010.
Vgl. over art.1:433 lid 1 BW, Asser/De Boer I* 2010, nr.1148; en Losbladige Personen- en Familierecht 2010 (I. Jansen), art. 1:433, aant. 1; en over art. 4:154 BW, Asser/Perrick 4* 2009, nr. 537 en Losbladige Erfrecht 2009 (M.S. van Gaalen), art. 4:154, aant. 1. De vervangende schadevergoeding wordt in deze literatuur als zodanig niet genoemd, maar aangenomen worden deze ook onder de desbetreffende bepalingen valt. De substitutieregel is ook van toepassing op de goederen waartoe de kantonrechter ingevolge art. 1:433 lid 2 BW het bewind heeft uitgebreid, zie Asser/De Boer I* 2010, nr. 1148. Zie voorts art. 3.6.1.2 lid 1, O.M., Parl. Gesch. Boek 3, p. 493-494.
Zie Pitlo/Reehuis & Heisterkamp 2006, nr. 413. Vgl. Asser/Perrick 3-IV 2007, nr. 5, en Losbladige Vermogensrecht 2010 (H.H. Lammers), art. 3:167, aant. 5. De beheersregeling (art. 3:168 BW) is op dezelfde wijze op het vervangen goed van toepassing. Vgl. art. 1:97 lid 1 BW.
Vgl. M. v. T., Parl. Gesch. Boek 3, p. 661; Asser/Mijnssen, Van Velten & Bartels 5* 2008, nr. 298-298a; Losbladige Vermogensrecht 2010 (T.J. Mellema-Kranenburg), art. 3:213, aant. 1; Pitlo/Reehuis & Heisterkamp 2006, nr. 689; Snijders & Rank-Berenschot 2007, nr. 599; Van Straaten 2009, par. 3; Spath 2006, par. 2.1; Van Gaalen 2001, nr. 112. Op grond van art. 3:213 lid 1 eerste zin BW vindt substitutie ook plaats ten aanzien van hetgeen in de plaats van aan vruchtgebruik onderworpen goederen treedt doordat daarover bevoegd wordt beschikt. De omzettingshandeling is aan te merken als een beschikkingsdaad (zie hierna nr. 468).
Zie T.M. en M.v.A. II, Parl. Gesch. Boek 3, p. 735; Hof 's-Hertogenbosch 19 januari 2000, NJ 2000, 611 (Volmerink/FMN); Van Straaten 2009, par. 3; Verdaas 2008a, nr. 305, 306 en 361; Snijders & Rank-Berenschot 2007, nr. 509; Losbladige Vermogensrecht 2009 (P.A. Stein), art. 3:229, aant. 3.6. Vgl. Pitlo/Reehuis & Heisterkamp 2006, nr. 756.
Zie daarover Losbladige Faillissementsrecht 2010 (A.J. Verdaas), art. 20 Fw. Art. 21- 22a Fw bevatten enkele uitzonderingen op deze regel.
Een mogelijke verklaring hiervoor is dat de hoofdvordering bij een kwaliteitsrekening een geldvordering is, dan wel dat kredietinstellingen geacht worden niet tekort te schieten. Als de kredietinstelling haar verplichting tot het uitvoeren van een girale betaling niet nakomt, is omzetting evenwel mogelijk.
Anders: Broekveldt 2003a, nr. 291, die schrijft dat de beslaglegger bij de niet-nakoming van een vordering tot overdracht schade lijdt.
Bij derdenbeslag ontbreekt een substitutiebepaling die vergelijkbaar is met art. 455a lid 1 Rv (beslag op roerende zaken) en art. 507a lid 1 Rv (beslag op onroerende zaken), op grond waarvan (na betekening aan de derde-beslagene) het beslag van rechtswege op de vergoedingsvordering komt te rusten die in de plaats treedt van het beslagen goed.
Wordt in plaats van de oorspronkelijke hoofdvordering de vervangende schadevergoedingsvordering stil gecedeerd, dan ligt het voor de hand dat de stille cedent krachtens lastgeving ten aanzien van deze vordering inningsbevoegd is, als dit ook was overeengekomen ten aanzien van de hoofdvordering.
Vgl. ten aanzien van art. 7:419 BW, Asser/Kortmann 5-III 1994, nr. 155.
Art. 7:419 BW blijft derhalve buiten toepassing.
Vgl. HR 26 november 2004, NJ 2005,41 (Haantjes/Damstra).
338. De vordering tot vervangende schadevergoeding jegens de schuldenaar ontstaat op grond van de wet in het vermogen van de schuldeiser van de hoofdvordering. De schuldenaar schiet tekort jegens de schuldeiser; hij schiet niet tekort jegens de inningsbevoegde derde, die immers andermans vordering int. Dat geldt ook voor de stille cessie. Is de stille cedent inningsbevoegd ten aanzien van de hoofdvordering, dan is het de vraag of hij op grond daarvan ook bevoegd is om de vervangende schadevergoedingsvordering van de stille cessionaris te innen. Een bepaling daaromtrent ontbreekt. Een rondgang bij de andere rechtsfiguren leert het volgende.
Op grond van bepalingen van zaaksvervanging (substitutie}1 zijn de bewindvoerder, de beheersbevoegde deelgenoot, de vruchtgebruiker en de pandhouder bevoegd om de vervangende schadevergoedingsvordering te innen. Zie voor bewind: art.1:433 lid 1 BW, art. 3.6.1.2 Ontw.BW en art. 4:154 BW;2 zie voor gemeenschap: art. 3:167 Go 3:168) BW;3 zie voor vruchtgebruik: art. 3:213 lid 1 tweede zin, tweede zinsdeel BW;4 en zie voor pand: art. 3:229 lid 1 BW.5 Bij faillissement volgt de inningsbevoegdheid van de curator uit art. 20 Fw, dat bepaalt dat het faillissement het gehele vermogen van de schuldenaar (de gefailleerde) omvat ten tijde van de faillietverklaring, alsmede hetgeen hij gedurende het faillissement verwerft.6 Ook de executeur en de vereffenaar van een nalatenschap zijn van rechtswege inningsbevoegd ten aanzien van de vervangende schadevergoedingsvordering (art. (3:167 jo) 4:144 respectievelijk 4:211 BW).
Bij de kwaliteitsrekening ontbreekt een substitutiebepaling.7 De bevoegdheid van de rekeninghouder ten aanzien van de vervangende schadevergoedingsvordering volgt naar mijn mening uit art. 25 lid 2 jo lid 3 Wn. Ook de vervangende schadevergoedingsvordering 'vloeit voort uit de bijzondere rekening' (vgl. art. 25 lid 3 Wn).
Bij derdenbeslag moet worden onderscheiden tussen de verschillende procedures. Schiet de derde-beslagene tekort in de nakoming van zijn verplichting jegens de beslaglegger tot het afleggen van de verklaring ex art. 476a-476b Rv, dan wordt deze verbintenis op vordering van de beslaglegger omgezet in een tot vervangende schadevergoeding (art. 477a lid 1 Rv jo art. 6:87 BW).8 Deze vordering komt toe aan de beslaglegger. De schadevergoedingsvordering van de beslaglegger ex art. 477a lid 1 Rv bestaat naast de hoofdvordering waarop het derdenbeslag rust. Schiet de derde-beslagene tekort in de nakoming van zijn verplichting jegens de geëxecuteerde, dus in de nakoming van de hoofdvordering waarop het derdenbeslag rust, dan kan deze verbintenis op vordering van de beslaglegger door de rechter worden omgezet in een tot vervangende schadevergoeding (art. 477 a lid 4 Rv jo art. 6:87 BW). Deze vervangende schadevergoedingsvordering komt toe aan de geëxecuteerde. De schuldeiser lijdt immers schade door de tekortkoming van zijn schuldenaar, bijvoorbeeld omdat zijn schuldenaar de verkochte zaak niet overdraagt.9 Uit art. 477a lid 4 Rv volgt dat het derdenbeslag van rechtswege op de schadevergoedingsvordering komt te rusten.10
339. In de regelingen van de stille cessie en lastgeving ontbreekt – anders dan bij de meeste van de hiervoor genoemde regelingen – een substitutiebepaling. Ontstaat de vervangende schadevergoedingsvordering na de stille cessie in het vermogen van de stille cessionaris, dan is de stille cedent derhalve niet van rechtswege bevoegd om deze vordering te innen. De inningsbevoegdheid van de stille cedent dient te volgen uit de lastgeving zelf. Dit is een kwestie van uitleg van de lastgeving. Is hierover in de lastgeving niets bepaald, dan dient naar mijn mening te worden aangenomen dat de stille cedent ook ten aanzien van de schadevergoedingsvordering een last tot inning heeft.11 Hij is op grond daarvan bevoegd en verplicht om de vordering te innen.12 Omdat de vervangende schadevergoedingsvordering in het vermogen van de stille cessionaris ontstaat, int de stille cedent andermans vordering.13
Als de stille cedent ten behoeve van de stille cessionaris vervangende schadevergoeding vordert, behoeft de stille cedent in beginsel niet te vermelden dat hij nakoming vordert van de schadevergoedingsvordering van de stille cessionaris.14 Hij dient de geleden schade wel te stellen en zo nodig te bewijzen. Als het verweer van de schuldenaar daartoe aanleiding geeft, kan de stille cedent gehouden zijn om kenbaar te maken dat hij de schadevergoedingsvordering van de stille cessionaris int.
Vordert de stille cessionaris de vervangende schadevergoeding, dan zal hierin mededeling van de stille cessie besloten liggen.