Einde inhoudsopgave
Milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden 2021/IV.2.8.1
IV.2.8.1 Wie zijn ‘bestuurders’?
mr. T.R. Bleeker LLM, datum 01-11-2021
- Datum
01-11-2021
- Auteur
mr. T.R. Bleeker LLM
- JCDI
JCDI:ADS460254:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
HR 23 mei 2014, ECLI:NL:HR:2014:1204, NJ 2014/325 m.nt. P. van Schilfgaarde; HR 17 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:275, NJ 2017/215, m.nt. Van Schilfgaarde (Kampschöer/Le Roux Fruit). Bij indirecte bestuurders lijkt er zelfs sprake te zijn van hoofdelijke aansprakelijkheid, waarover terecht kritisch Vetter 2017 en Lennarts 2017, par. 4.1.2.
Zie uitvoerig Schutte-Veenstra 2017, m.n. p. 146-156. HR 7 november 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZC2485, NJ 1998/269 (Kandel/Koolhaas); HR 17 juni 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS5103, JOR 2005/234, m.nt. Bartman, onder nr. 2.
Schutte-Veenstra 2017, p. 150.
Zie o.a. Asser/Kortmann 3-III 2017/157 en Asser/Maeijer & Kroeze 2-I* 2015/99 en 101.
De aanvullende bescherming tegen aansprakelijkheid in de vorm van de ernstig verwijtdrempel, geldt alleen voor bestuurders. Het begrip ‘bestuurders’ wordt echter wel ruim uitgelegd. Onder bestuurders vallen niet alleen formele (statutaire) bestuurders, maar ook indirecte bestuurders1 en feitelijke bestuurders.2 Iemand kan worden aangemerkt als feitelijk bestuurder, wanneer hij bestuurstaken uitoefent, bestuursmacht heeft en (mede) het beleid van de rechtspersoon bepaalt, zonder dat hij hierbij wordt gehinderd door de formele bestuurders.3 Leidinggevenden van een andere rang, bijvoorbeeld mid-management, lijken niet in aanmerking komen voor aanvullende bescherming tegen aansprakelijkheid; voor hen gelden de normale criteria van 6:162 BW. Er zijn overigens wel auteurs die pleiten voor een verruiming van de toets, zodat andere functionarissen van de bescherming genieten van de ernstig verwijt-maatstaf tegen persoonlijke aansprakelijkheid.4