RFR 2025/2
Mocht de vader, die aandeelhouder van de B.V. was, bij de renteverlaging als bestuurder en als wettelijke vertegenwoordiger van zijn kinderen optreden?
HR 27-09-2024, ECLI:NL:HR:2024:1308
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
27 september 2024
- Magistraten
Mrs. T.H. Tanja-van den Broek, F.J.P. Lock, K. Teuben
- Zaaknummer
23/03480
- Conclusie
A-G mr. W.L. Valk
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS992116:1
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
Verbintenissenrecht (V)
Personen- en familierecht / Familieprocesrecht
Personen- en familierecht / Kinderbescherming
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1308, Uitspraak, Hoge Raad, 27‑09‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:732, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 14‑06‑2024
- Wetingang
Essentie
Mocht de vader, die aandeelhouder van de B.V. was, bij de renteverlaging als bestuurder en als wettelijke vertegenwoordiger van zijn kinderen optreden?
Samenvatting
In deze zaak hebben grootouders volgens de tekst van een notariële schenkingsakte uit 2010 aan hun kleinkinderen een schenking gedaan onder de last dat het geschonken bedrag aan de schenkers zal worden uitgeleend tegen variabele rente. De feitelijke gang van zaken ging iets anders dan overeengekomen. In de eerste plaats is het geschonken bedrag in plaats daarvan door de grootouders uitgeleend aan een B.V. waarvan ten tijde van de schenking de vader van de kleinkinderen, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.