V-N 2026/38.5
Prejudiciële vraag over verlies heffingskorting bij verrekening Belgische bronheffing
HR 04-09-2026, ECLI:NL:HR:2026:1417, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
4 september 2026
- Magistraten
Van Eijsden, Feteris, Fierstra, Cools, Van der Voort Maarschalk
- Zaaknummer
23/01387
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD124392:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Heffingskorting
Internationaal belastingrecht / Voorkoming van dubbele belasting
Europees belastingrecht / Algemeen
Europees belastingrecht / Europese verdragsvrijheden
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:1417, Uitspraak, Hoge Raad, 04‑09‑2026
ECLI:NL:PHR:2023:1097, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 01‑12‑2023
- Wetingang
Essentie
De Hoge Raad stelt een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie over de verrekening van de Belgische bronbelasting. Twijfel bestaat of de verplichte volgorde waarin eerst buitenlandse bronbelasting en daarna pas heffingskortingen worden verrekend, verenigbaar is met het vrije verkeer van kapitaal.
Samenvatting
X verzoekt in zijn IB-aangifte 2017 om aftrek ter voorkoming van dubbele belasting in verband met de Belgische bronbelasting die is ingehouden op uit België ontvangen dividend. Omdat zijn box 3-inkomen in 2017 nihil is, stelt de inspecteur een voortwentelingsbeschikking vast in verband met niet-verrekenbare buitenlandse bronheffing. In de aangifte IB 2018 verrekent de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.