Verlofstelsels in strafzaken
Einde inhoudsopgave
Verlofstelsels in strafzaken (SteR nr. 37) 2018/8.2:8.2 Twee verlofstelsels
Verlofstelsels in strafzaken (SteR nr. 37) 2018/8.2
8.2 Twee verlofstelsels
Documentgegevens:
mr. G. Pesselse, datum 01-12-2017
- Datum
01-12-2017
- Auteur
mr. G. Pesselse
- JCDI
JCDI:ADS607115:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Om de vraag naar toelaatbaarheid van verlofstelsels in strafzaken te kunnen beantwoorden, is een heldere omschrijving van het begrip verlofstelsel van groot belang. De Nederlandse wetenschappelijke literatuur en parlementaire stukken voorzien daarin mijns inziens niet.1
Als eerste stap op weg naar opheldering van deze begripsverwarring, is in dit boek ervoor gekozen een verlofstelsel te definiëren in termen van beroepsspecifieke voorvragen, in het bijzonder de ontvankelijkheid van het hoger beroep of beroep in cassatie.2 Een eerste kenmerk van verlofstelsels is dus dat daarin over de ontvankelijkheid van het beroep wordt beslist. Een tweede stap is gezet door drie ‘verlofachtige’ aspecten van ontvankelijkheidsbeoordeling als zodanig centraal te stellen: inhoudelijke, vrije en afgescheiden toegangsbeoordeling. Het gaat hierbij respectievelijk om de vraag of (i) de toegang tot beroep mede wordt beoordeeld op grond van een prognose van de slagingskans van het beroep; (ii) de toegang tot beroep discretionair of volgens beoordelingsvrije criteria wordt bepaald; en (iii) de toegang tot beroep wordt behandeld of onderzocht binnen een afgescheiden procedureel kader. Als derde en laatste stap is ervoor gekozen het woord ´verlofstelsel´ te beschouwen als een woord dat meer dan één begrip aanduidt (homoniem),3 namelijk zowel inhoudelijke verlofstelsels als vrije verlofstelsels. In een inhoudelijk verlofstelsel wordt binnen een afgescheiden procedureel kader beslist over de ontvankelijkheid van het beroep op grond van een prognose over de slagingskans van het beroep (combinatie afgescheiden en inhoudelijke toegangsbeoordeling). In een vrij verlofstelsel wordt binnen een afgescheiden procedureel kader beslist over de ontvankelijkheid van het beroep op grond van een discretionair of beoordelingsvrij criterium (combinatie afgescheiden en vrije toegangsbeoordeling).4
Op basis van deze definities kunnen in het Nederlandse strafrecht drie verlofstelsels worden onderscheiden. Ten eerste artikel 410a Sv, dat gelet op de wettelijke formulering een combinatie bevat van vrije en afgescheiden toegangsbeoordeling. Ten tweede artikel 80a RO, dat een combinatie van alle drie de vormen van toegangsbeoordeling lijkt te bevatten. En ten derde kunnen verschillende regels omtrent het bezwaarvereiste in hoger beroep en cassatie als (combinatie van) inhoudelijke, vrije en afgescheiden toegangsbeoordeling worden beschouwd.5 De vraag is of deze drie verlofstelsels onder verdragsrecht toelaatbaar zijn.