BR 2024/56
Overheidsprivaatrecht. Vervolg Didam-zaak.
HR (Parket) 24-05-2024, ECLI:NL:PHR:2024:567, m.nt. S. Elbertsen & E.W.J. de Groot
- Instantie
Hoge Raad (Parket)
- Datum
24 mei 2024
- Zaaknummer
23/02541
23/02556
- Conclusie
Concl. A-G G. Snijders
- Noot
S. Elbertsen & E.W.J. de Groot
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS976720:1
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
Bestuursrecht algemeen / Algemene beginselen van behoorlijk bestuur
Bestuursrecht algemeen / Overheid en privaatrecht
Bestuursrecht algemeen (V)
Aanbestedingsrecht (V)
Aanbestedingsrecht / Aanbestedingsprocedure
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1661, Uitspraak, Hoge Raad, 15‑11‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:567, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 24‑05‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 04‑07‑2023
Beroepschrift, Hoge Raad, 03‑07‑2023
- Wetingang
Essentie
Overheidsprivaatrecht. Vervolg Didam-zaak.
Samenvatting
Wanneer is de overheid bij de verkoop van onroerende zaak verplicht om mededingingsruimte te bieden? Mogelijkheid om een uitzondering te maken op die plicht. Grondpositie projectontwikkelaar grond voor uitzondering op die plicht? Sanctie op niet-naleving van deze plicht: nietigheid, vernietigbaarheid, analoge toepassing art. 4.15 Aanbestedingswet 2012 of (alleen) onrechtmatige daad? Wanneer handelt wederpartij onrechtmatig bij strijd met deze plicht? Ook plicht tot het bieden van mededingingsruimte in het stadium van het opstellen van plan voor gebiedsontwikkeling? Vergelijking met Unierecht, aanbestedingsrecht en bestuursrecht. Motivering kostenveroordeling in incident.
Uitspraak
Conclusie
G. Snijders ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.