NJ 2014/214
Erfdeel onder testamentair bewind en ouderlijk vruchtgenot in zin art. 1:253l BW; rechtsgevolgen testamentair bewind tegenover rechtsgevolgen ouderlijk vruchtgenot; bevoegdheid bewindvoerder om te bepalen dat rente-opbrengsten van bankrekening met BEM-clausule eerst bij meerderjarigheid erfgenaam opeisbaar zijn onverenigbaar met ouderlijk vruchtgenot?; burgerlijke vrucht in zin art. 3:9 lid 2 BW.
HR 18-10-2013, ECLI:NL:HR:2013:983, m.nt. S. Perrick
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
18 oktober 2013
- Magistraten
Mrs. F.B. Bakels, A.M.J. van Buchem-Spapens, C.A. Streefkerk, C.E. Drion, G. de Groot
- Zaaknummer
12/03380
- Conclusie
A-G mr. F.F. Langemeijer
- Noot
S. Perrick
- JCDI
JCDI:ADS127836:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht / Testamenten
Goederenrecht / Algemeen
Personen- en familierecht / Gezag en omgang
Erfrecht / Algemeen
Erfrecht / Gevolgen erfopvolging
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2013:983, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 18‑10‑2013
ECLI:NL:PHR:2013:52, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 21‑06‑2013
Beroepschrift, Hoge Raad, 11‑07‑2012
- Wetingang
Art. 1:253l, 3:9 lid 2, art. 4:171 lid 1, art. 4:175 lid 1 aanhef en onder b, art. 4:162 BW
Essentie
Erfdeel onder testamentair bewind en ouderlijk vruchtgenot in zin art. 1:253l BW; rechtsgevolgen testamentair bewind tegenover rechtsgevolgen ouderlijk vruchtgenot; bevoegdheid bewindvoerder om te bepalen dat rente-opbrengsten van bankrekening met BEM-clausule eerst bij meerderjarigheid erfgenaam opeisbaar zijn onverenigbaar met ouderlijk vruchtgenot?; burgerlijke vrucht in zin art. 3:9 lid 2 BW.
Gebruikmakend van de hem bij testament verleende bevoegdheid (vgl. art. 4:171 lid 1 BW), heeft de bewindvoerder bepaald dat de gekweekte rente uit het onder bewind gestelde vermogen pas vanaf de leeftijd van 22 jaar aan de zoon mag worden uitgekeerd. Dat brengt ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.