Sfeerovergangen in de winstsfeer
Einde inhoudsopgave
Sfeerovergangen in de winstsfeer (FM nr. 172) 2022/5.3.3.1:5.3.3.1 Euronext Brussel, de Nationale Loterij en De Post
Sfeerovergangen in de winstsfeer (FM nr. 172) 2022/5.3.3.1
5.3.3.1 Euronext Brussel, de Nationale Loterij en De Post
Documentgegevens:
Mr. dr. B.F.M. Coebergh, datum 01-11-2021
- Datum
01-11-2021
- Auteur
Mr. dr. B.F.M. Coebergh
- JCDI
JCDI:ADS630452:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Heffingsbevoegdheid
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Inkomstenbelasting / Winst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Euronext Brussel, de Nationale Loterij en De Post hebben allemaal een sfeerovergang van de rechtspersonenbelasting naar de vennootschapsbelasting meegemaakt.1 De overgang van Euronext Brussel vond plaats in 2000, toen de beurzen van Brussel, Amsterdam en Parijs samengingen. Als gevolg hiervan verviel de vrijstelling van de Effectenbeurs van Brussel en werd deze vennootschap volledig belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting.2 Dit gebeurde om een ongelijke fiscale behandeling te voorkomen. In 2002 verviel de vrijstelling van de Nationale Loterij.3 Dit ging gepaard met een omzetting van een openbare instelling met rechtspersoonlijkheid in een naamloze vennootschap van publiekrecht, om de Loterij een grotere beheersautonomie te verlenen. De belastingplicht van De Post in 2007 kwam doordat er ook andere partijen waren die deze diensten leverden (die wel volledig belastingplichtig waren) en concurrentieverstoring moest worden voorkomen.
Bij bovengenoemde sfeerovergangen vond geen herwaardering naar de waarde in het economische verkeer plaats. Na de sfeerovergang kon het onder het regime van de rechtspersonenbelasting opgebouwde vermogen toch worden belast met vennootschapsbelasting. Er was geen sprake van overgangsrecht. De vermogensbestanddelen bleven namelijk gewaardeerd op de waarde zoals die bleek uit de commerciële jaarrekening. In de Programmawet bij de belastingplicht van De Post was bijvoorbeeld expliciet bepaald dat de in aanmerking te nemen afschrijvingen, minder- of meerwaarden op activa dienden te worden bepaald alsof De Post altijd al was onderworpen aan de vennootschapsbelasting.4
Rens en Doornaert hebben geconcludeerd dat uit de wettelijke bepalingen blijkt dat het voorheen opgebouwde vermogen kan worden belast zodra het regime van de vennootschapsbelasting van toepassing is. Een belangrijke drijfveer hierbij was waarschijnlijk het feit dat de wetgever niet wenste dat het voorheen opgebouwde vermogen belastingvrij zou kunnen worden uitgekeerd aan onder andere de private aandeelhouders.5