NJB 2026/708
Strafbaarstelling van onder anderen ‘degene die opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte niet doet’, art. 69 lid 1 AWR: pleger van het niet doen van de aangifte is degene die tot het doen van aangifte gehouden is. De verplichting tot het doen van aangifte ontstaat pas door uitreiking van een aangiftebiljet aan de belastingplichtige. Deze aangifteplicht kan aldus slechts worden vastgesteld bij degene die tot het doen van aangifte is uitgenodigd als voorzien in art. 8 lid 1 AWR. De wettelijke aangifteplicht rust op de vennootschap waaraan het aangiftebiljet blijkens de tenaamstelling daarvan is uitgereikt en op de belastingplicht van welke vennootschap die aangifte betrekking heeft, en niet (ook) op degene die als vertegenwoordiger of gemachtigde namens de vennootschap het aangiftebiljet feitelijk in ontvangst heeft genomen of de aangifte feitelijk heeft gedaan. Opmerking verdient dat art. 47 t/m 51 Sr verschillende mogelijkheden bieden om degene die anders dan als pleger betrokken is bij het niet doen van een bij de belastingwet voorziene aangifte, onder voorwaarden strafrechtelijk aansprakelijk te stellen voor die betrokkenheid.
HR 24-03-2026, ECLI:NL:HR:2026:424
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
24 maart 2026
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, E.F. Faase, T. Kooijmans, T.B. Trotman, F. Damsteegt
- Zaaknummer
23/00760
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:424, Uitspraak, Hoge Raad, 24‑03‑2026
ECLI:NL:PHR:2026:67, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 13‑01‑2026
- Wetingang
(art. 47-51 Sr; art. 8, 69 AWR)
Essentie
Strafbaarstelling van onder anderen ‘degene die opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte niet doet’, art. 69 lid 1 AWR: pleger van het niet doen van de aangifte is degene die tot het doen van aangifte gehouden is. De verplichting tot het doen van aangifte ontstaat pas door uitreiking van een aangiftebiljet aan de belastingplichtige. Deze aangifteplicht kan aldus slechts worden vastgesteld bij degene die tot het doen van aangifte is uitgenodigd als voorzien in art. 8 lid 1 AWR. De wettelijke aangifteplicht rust op de vennootschap waaraan het aangiftebiljet blijkens de tenaamstelling daarvan is ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.