RBP 2025/73
Procesrecht. Dient ingeval van een vordering benadeelde partij die in eerste aanleg op een strafzitting behandeld is, in hoger beroep, na een eisvermeerdering, ambtshalve een mondelinge behandeling te worden gelast?
HR 18-07-2025, ECLI:NL:HR:2025:1153
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
18 juli 2025
- Magistraten
Mrs. G. de Groot, C.E. du Perron, A.E.B. ter Heide
- Zaaknummer
24/02272
- Conclusie
A-G mr. S.D. Lindenbergh
- JCDI
JCDI:BSD29710:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1153, Uitspraak, Hoge Raad, 18‑07‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:317, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 14‑03‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 19‑06‑2024
- Wetingang
Essentie
Procesrecht. Vordering benadeelde partij in strafzaak. Mondelinge behandeling.
Dient ingeval van een vordering benadeelde partij die in eerste aanleg op een strafzitting behandeld is, in hoger beroep, na een eisvermeerdering, ambtshalve een mondelinge behandeling te worden gelast?
Samenvatting
Verweerder heeft een juwelierswinkel en in juni 2022 is deze winkel overvallen. Vier gemaskerde mannen zijn de winkel binnengedrongen, nadat eiseres in cassatie daartoe gelegenheid had geboden door bij haar vertrek (als klant) de deur voor deze mannen te openen en open te houden. Eiseres in cassatie is daarop veroordeeld wegens medeplichtigheid aan de overval. Verweerder in cassatie heeft in ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.