AB 2021/177
Art. 172, derde lid, Gemw biedt gelet op het grondwettelijk gegarandeerde recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en het huisrecht, geen grondslag voor gebiedsverbod dat ook betrekking heeft op de woning van de wederpartij.
RvS 09-12-2020, ECLI:NL:RVS:2020:2912, m.nt. J.G. Brouwer en A.E. Schilder
- Instantie
Raad van State
- Datum
9 december 2020
- Magistraten
Mrs. D.A.C. Slump, F.D. van Heijningen, C.C.W. Lange
- Zaaknummer
201905118/1/A3
- Noot
J.G. Brouwer en A.E. Schilder
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS270601:1
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Staatsrecht / Decentralisatie
Staatsrecht / Grondrechten
Openbare orde en veiligheid / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2020:2912, Uitspraak, Raad van State, 09‑12‑2020
- Wetingang
Essentie
Art. 172, derde lid, Gemw biedt gelet op het grondwettelijk gegarandeerde recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en het huisrecht, geen grondslag voor gebiedsverbod dat ook betrekking heeft op de woning van de wederpartij.
Samenvatting
Met het eerste gebiedsverbod, dat ook betrekking heeft op de woning van wederpartij, wordt het in artikel 10, eerste lid, van de Grondwet gegarandeerde recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer beperkt. Artikel 10 van de Grondwet schrijft voor dat het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer alleen mag worden beperkt als die beperking bij ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.