NJB 2018/1664
De rechtbank heeft het beroep in redelijkheid niet niet-ontvankelijk kunnen verklaren
CRvB 29-08-2018, ECLI:NL:CRVB:2018:2705
- Instantie
Centrale Raad van Beroep
- Datum
29 augustus 2018
- Magistraten
Mr. Dijt
- Zaaknummer
17/6215 WW
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Bestuursprocesrecht / Beroep
- Brondocumenten
ECLI:NL:CRVB:2018:2705, Uitspraak, Centrale Raad van Beroep, 29‑08‑2018
- Wetingang
(art. 6:6 Awb)
Essentie
De rechtbank heeft het beroep in redelijkheid niet niet-ontvankelijk kunnen verklaren
Uitspraak
(…)
Overwegingen
4.6.
Vaststaat dat het beroepschrift geen gronden bevatte, dat appellant bij brief van 10 maart 2017 in de gelegenheid is gesteld dit verzuim binnen vier weken te herstellen, dat hij niet binnen deze termijn heeft verzocht om verlenging van de termijn en dat hij binnen deze termijn geen beroepsgronden heeft ingediend. De rechtbank was daarom op grond van artikel 6:6 van de Awb bevoegd het beroep niet-ontvankelijk te verklaren. Deze bepaling geeft, anders dan uit de in 3.2 genoemde uitspraak van 17 januari ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.