Sfeerovergangen in de winstsfeer
Einde inhoudsopgave
Sfeerovergangen in de winstsfeer (FM nr. 172) 2022/2.7.3:2.7.3 Conclusie ten aanzien van de interactie tussen totaalwinst en jaarwinst
Sfeerovergangen in de winstsfeer (FM nr. 172) 2022/2.7.3
2.7.3 Conclusie ten aanzien van de interactie tussen totaalwinst en jaarwinst
Documentgegevens:
Mr. dr. B.F.M. Coebergh, datum 01-11-2021
- Datum
01-11-2021
- Auteur
Mr. dr. B.F.M. Coebergh
- JCDI
JCDI:ADS630543:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Heffingsbevoegdheid
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Inkomstenbelasting / Winst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De totaalwinstbepaling bepaalt welke voordelen in de heffing worden betrokken en goed koopmansgebruik bepaalt vervolgens wanneer. Ondanks deze heldere doctrine kunnen er toch confrontaties ontstaan tussen deze bepalingen.
In geval van een regelwijziging wordt (tenzij wettelijk geregeld) in beginsel niet gecompartimenteerd en wordt uitgegaan van onmiddellijke werking. De Hoge Raad laat blijkens BNB 2018/176 echter wel de deur open om ook bij regelwijzigingen een ander regime toe te passen dan het regime van het jaar van winstverantwoording. Voor de vraag in welke periode (objectief belast of vrijgesteld) een voordeel moet worden verantwoord is goed koopmansgebruik leidend, zodat goed koopmansgebruik hiermee invloed heeft op de belaste winst. In BNB 1998/212 heeft de Hoge Raad een duidelijke en begrijpelijke lijn weergegeven. Voor de vraag aan welk jaar uitgaven moeten worden toegerekend, is het niet zozeer van belang wat een belastingplichtige heeft gedaan bij de winstverantwoording, maar wat hij had kunnen doen. De keuzevrijheid van goed koopmansgebruik heeft hiermee geen invloed op de hoogte van de belastbare winst. In BNB 2016/180 koos de Hoge Raad echter voor een andere lijn en acht hij de keuze van de belastingplichtige voor het jaar waarin het voordeel wordt verantwoord wel relevant. Op basis van dit arrest wordt de omvang van de belastbare winst ten onrechte beïnvloed door de keuzevrijheid die goed koopmansgebruik de belastingplichtige biedt. Ik pleit ervoor dat de Hoge Raad hier snel op terugkomt en weer aansluit bij de lijn van BNB 1998/212.
De winstverantwoording op vrijgestelde vermogensbestanddelen kan – in het geval van een regelwijziging – ook impact hebben op de te belaste winst. Uit BNB 2015/180 blijkt dat vrijgestelde voordelen tot de (totaal)winst behoren, waardoor in beginsel ook goed koopmansgebruik van invloed is op de toerekening van het voordeel. Er gelden wel bijzondere regels. Uit BNB 2014/119 blijkt immers dat vrijgestelde vermogensbestanddelen niet verplicht hoeven te worden afgewaardeerd als het herwaarderingsresultaat niet belast is. Belaste vermogensbestanddelen moeten onder omstandigheden wel verplicht worden afgewaardeerd. Ook bij de waardering van vermogensbestanddelen zal mijns inziens de lijn moeten zijn dat de keuzevrijheid van goed koopmansgebruik niet de belastingafdracht mag beïnvloeden.