NJ 2025/158
1. Schatting wederrechtelijk verkregen voordeel op basis van ‘kasopstelling’ niet toereikend gemotiveerd. 2. Ook (op transactieberekening gebaseerde) schatting wederrechtelijk verkregen voordeel niet toereikend gemotiveerd.
HR 13-05-2025, ECLI:NL:HR:2025:740
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
13 mei 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, A.L.J. van Strien, C. Caminada
- Zaaknummer
23/01616 P
- Conclusie
A-G mr. D.J.C. Aben
- Noot
Red. Aant.
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD15553:1
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Opiumwet
Materieel strafrecht / Sancties
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:740, Uitspraak, Hoge Raad, 13‑05‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:244, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 18‑02‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 23‑08‑2023
- Wetingang
Art. 36e lid 2 Sr
Essentie
1. De schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel gebaseerd op een als ‘kasopstelling’ aangeduide opsomming van contante uitgaven, is niet toereikend gemotiveerd. 2. Ook de — op een transactieberekening gebaseerde — schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel is niet toereikend gemotiveerd.
Samenvatting
De uitspraak op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel moet met voldoende nauwkeurigheid de bewijsmiddelen vermelden waaraan de schatting van dat voordeel is ontleend met weergave van de inhoud daarvan. De Hoge Raad herhaalt relevante overwegingen uit HR 29 juni 2010, NJ 2010/407 en HR 26 maart 2013, NJ ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.