NJ 1960/273
Art. 191b A.P.V. Alkmaar niet in strijd met enige bepaling van het W. v. Sv.Art. 191 A.P.V. Alkmaar maakt geen inbreuk op het in art. 1 Grondwet verankerde grondrecht.
HR 12-01-1960, ECLI:NL:HR:1960:91, m.nt. Prof. Mr. W.P.J. Pompe
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
12 januari 1960
- Magistraten
Mrs. van der Meulen, Feber, van Berckel, Westerouen van Meeteren, Kazemier [Rapporteur]
- Zaaknummer
[12011960/NJ_1960-273]
- Conclusie
Mr. van Oosten
- Noot
Prof. Mr. W.P.J. Pompe
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS138214:1
- Vakgebied(en)
Openbare orde en veiligheid / Algemene plaatselijke verordening
Staatsrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1960:91, Uitspraak, Hoge Raad, 12‑01‑1960
- Wetingang
(A.P.V. Alkmaar artt. 191, 191a, 191b; Grondwet art. 7.) 1
Essentie
Art. 191b A.P.V. Alkmaar niet in strijd met enige bepaling van het W. v. Sv.Art. 191 A.P.V. Alkmaar maakt geen inbreuk op het in art. 1 Grondwet verankerde grondrecht.
Samenvatting
Het eerste lid van art. 191b A.P.V. Alkmaar verbiedt aan een ieder gedurende de daarin vermelde nachtelijke uren op den openbaren weg de daarin genoemde voorwerpen en stoffen bij zich te hebben. Het tweede lid dient aldus te worden verstaan, dat de omstandigheid, dat die voorwerpen of stoffen niet gebezigd zijn bij, noch bestemd waren voor handelingen, welke ingevolge het bepaalde bij de artt. 191 en 191a zijn ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.