NJB 2025/2243:Redelijke termijn art. 6 lid 1 EVRM: de feitenrechter moet in geval van strafvermindering wegens overschrijding van de redelijke termijn in zijn uitspraak vermelden welke straf zou zijn opgelegd als de redelijke termijn niet zou zijn overschreden, dan wel anderszins voldoende duidelijk laten blijken op welke wijze de overschrijding van de redelijke termijn in de bestraffing is verdisconteerd. In casu heeft het hof dit niet gedaan.