NJ 1927, p. 1031
Verkoop van roerende goederen om met de opbrengst een opeischbare schuld te betalen. Kan deze verkoop worden aangetast op grond van art. 1377 B. W. ?
HR 17-02-1927, ECLI:NL:HR:1927:22, m.nt. Prof. E.M. Meijers
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
17 februari 1927
- Magistraten
Mrs. Bosch, Visser, van den Dries, Schepel en van Gelein Vitringa.
- Zaaknummer
[17021927/NJ_1927,_p._1031]
- Conclusie
Mr. Noyon
- Noot
Prof. E.M. Meijers
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS150755:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1927:22, Uitspraak, Hoge Raad, 17‑02‑1927
- Wetingang
(BW art. 1377.)
Essentie
Verkoop van roerende goederen om met de opbrengst een opeischbare schuld te betalen. Kan deze verkoop worden aangetast op grond van art. 1377 B. W. ?
Samenvatting
(De Rechtb. had de vordering toegewezen op grond dat den schuldenaar al zijn roerend goed — hetwelk hij in bruikleen hield — aan het verhaal der schuldeischers had onttrokken. Red.,)
Partij(en)
De N. V. „Hanzebank", gevestigd te Delft en kantoor houdende te ‘s-Gravenhage, eischeres tot cassatie van het op 1 Maart 1926 door het Gerechtshof te ‘s-Gravenhage tusschen partijen gewezen arrest, advocaat Mr. A. M. de Groot,
tegen:
1. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.