Mandeligheid
Einde inhoudsopgave
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/6.2.1:6.2.1 Inleiding
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/6.2.1
6.2.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. J.G. Gräler, datum 01-10-2006
- Datum
01-10-2006
- Auteur
mr. J.G. Gräler
- JCDI
JCDI:ADS488400:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Burenrecht en mandeligheid
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het onderscheiden van beide aspecten – collectiviteit naast individualiteit – heeft geleid tot verschillende benaderingen van het begrip gemeenschap.
In de – door Meijers geïnspireerde – omschrijving van Wammes komen de hiervoor reeds genoemde aspecten nadrukkelijk terug.
‘Van een gemeenschap wordt gesproken ingeval een goed aan meerdere personen gezamenlijk toebehoort. De deelgenoten hebben gezamenlijk een goed. Betreft het een zaak dan kan men zeggen dat de deelgenoten gezamenlijk eeneigendomsrecht hebben.’1
Naast dit collectieve recht heeft iedere deelgenoot ook een individueel recht. Dit individuele recht wordt aangeduid met de term ‘aandeel’. Iedere deelgenoot heeft een aandeel in het gemeenschappelijke goed. Wammes vervolgt dan met:
‘Bij een gemeenschap kan het individuele recht van de afzonderlijke deelgenoot worden onderscheiden van het collectieve recht dat aan de gezamenlijke deelgenoten toebehoort. Deze rechten kunnen echter niet worden losgedacht van het collectieve recht en dus ook niet van de overige deelgenoten. Het aandeel houdt in een mede-gerechtigdheid met anderen.’2
Van Hemel verzet zich tegen deze visie. Hij stelt dat eigendom, in geval van mede-eigendom, zich opsplitst in afzonderlijke rechten van mede-eigendom. Hij wenst niet te spreken van een collectief recht. Als kenmerk van de afzonderlijke rechten heeft echter wel te gelden de noodzaak van de deelgenoten om bij de uitoefening van eigendomsrechten met elkaar samen te werken.3