Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/12.2.3.2
12.2.3.2 De grens tussen vordering en nevenrecht / Soorten nevenrechten
J.W.A. Biemans, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
J.W.A. Biemans
- JCDI
JCDI:ADS587145:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Voetnoten
Voetnoten
Met dien verstande dat de stille cessionaris geen nakoming kan eisen van zijn recht dan na mededeling van de cessie aan de schuldenaar.
Zie hiervoor nr. 735.
Zie hiervoor nr. 107 en 480.
Andere voorbeelden zijn afspraken over de plaats van aflevering of betaling, over een fatale termijn of een verzuim van rechtswege, over prorogatie, sprongcassatie, bind end advies, rechtskeuze, bewijs, het bedongen keuzerecht van de schuldeiser bij een alternatieve verbintenis, het bedongen recht om de vordering (door opzegging) vervroegd opeisbaar te maken, het beding van betaling effectief, een overeenkomst van achterstelling met de schuldenaar en een vaststellingsovereenkomst.
Het gaat om een vuistregel; uitzonderingen zijn denkbaar. Bijvoorbeeld, een beding op grond waarvan de schuldenaar later of in termijnen kan betalen, kan de inhoud van de verschuldigde prestatie veranderen. De verkeersopvattingen zijn uiteindelijk doorslaggevend of door het aangaan van dergelijke bedingen de inhoud van de verschuldigde prestatie wordt veranderd en daarvoor schuldvernieuwing optreedt.
Andere voorbeelden naast een beding tot beperking of uitsluiting van aansprakelijkheid, zijn het rentebeding en het boetebeding.
Een voorbeeld van een beding dat uitsluitend ten behoeve van de schuldenaar wordt gemaakt, is het beding van onoverdraagbaarheid (art. 3:83 lid 2 BW).
Andere voorbeelden zijn de aan de vordering verbonden voorrang op grond van de wet, een aan de vordering verbonden bijzonder verhaalsrecht op grond van de wet, het recht dat voortvloeit uit een overeenkomst van achterstelling van de schuldenaar met een andere schuldeiser, de bevoegdheid om de ter zake van de vordering en de nevenrechten bestaande executoriale titels ten uitvoer te leggen, het recht op een dwangsom en het recht uit een aan de schuldenaar opgelegde lijfsdwang.
Een parallel kan worden getrokken met zaken: wordt een bestanddeel verwijderd van, of toegevoegd aan een zaak, dan verandert de zaak daardoor niet. Vgl. over bestanddelen en afhankelijke rechten, T.M., Parl. Gesch. Boek 3, p. 312.
Als een schuldeiser met zijn schuldenaar overeenkomt dat de schuldenaar voortaan mag betalen in termijnen of gedeelten, is dat een grensgeval. Er kan sprake zijn schuldvernieuwing, maar noodzakelijk is dat niet. Uiteindelijk zijn de verkeersopvattingen in het bepaalde geval doorslaggevend.
7 41. De vordering is het recht jegens de schuldenaar op een te verrichten prestatie. Het verrichten van de prestatie vereist een handeling van de schuldenaar, zoals de levering van een goed, het geven van juridisch advies, het schilderen van een huis of het betalen van een geldsom. Wordt de vordering overgedragen, dan verkrijgt de stille cessionaris dit recht jegens de schuldenaar; de schuldenaar dient de prestatie in beginsel1 voortaan jegens hem te verrichten.
Op grond van de wet heeft de schuldeiser verschillende bevoegdheden,2 zoals de inningsbevoegdheid. De bevoegdheden maken onderdeel uit van de vordering; de vordering is een bundel van bevoegdheden. Wordt de vordering overgedragen, dan komen deze bevoegdheden uit dien hoofde aan de stille cessionaris toe.
In bijzondere gevallen is de vordering onder opschortende of ontbindende voorwaarde of tijdsbepaling of is de vordering verjaard. Deze eigenschappen maken onderdeel uit van de vordering. Wordt zij overgedragen, dan verkrijgt de stille cessionaris de vordering met deze eigenschappen. Is de schuldenaar in verzuim of is de schuldeiser in schuldeisersverzuim, dan treedt hierin door de overdracht van de vordering geen verandering op.3 Ook deze eigenschappen behoren tot de eigenschappen van de vordering.
Voor zover de aan de schuldeiser (en de schuldenaar) krachtens de wet toegekende bevoegdheden van regelend recht zijn, kunnen de schuldenaar en de schuldeiser daarvan krachtens overeenkomst afwijken. De schuldenaar en de schuldeiser kunnen daarvan afwijken krachtens een beding in de aan de vordering ten grondslag liggende overeenkomst of krachtens een zelfstandige, na het ontstaan van de vordering aangegane overeenkomst.
(Tussen een dergelijk beding en een dergelijke overeenkomst bestaat geen principieel verschil. In beide gevallen bepalen zij nader de inhoud van de vordering door een nadere, afwijkende regeling van het schuldeiserschap te geven, namelijk door de bevoegdheden van de schuldeiser aan te vullen, te beperken of uit te sluiten. Bijvoorbeeld, een arbitragebeding en een forumclausule bepalen nader de bevoegdheid om in rechte nakoming te vorderen.4 Dergelijke aanvullingen, beperkingen en uitsluitingen van de bevoegdheden van de schuldeiser veranderen doorgaans niet de door de schuldenaar verschuldigde prestatie zelf.5)
Omdat dergelijke bedingen en overeenkomsten nader de inhoud van de vordering bepalen, zijn zij onlosmakelijk met de vordering verbonden. Omdat zij een nadere, afwijkende regeling geven, zijn zij als zodanig van de vordering te onderscheiden. Zij maken geen onderdeel uit van de vordering als subjectief vermogensrecht, maar worden aangemerkt als nevenrechten. Ook de bedingen die de wettelijke (schadevergoedings)aanspraken van de schuldeiser nader bepalen, zoals een exoneratieclausule, maken geen onderdeel uit van de vordering als vermogensrecht, maar worden aangemerkt als nevenrechten.6 De nevenrechten bepalen nader de inhoud van het schuldeiserschap.
7 42. Omdat de schuldeiser aan deze bedingen rechten kan ontlenen, is het in zoverre juist om van nevenrechten te spreken. In een ander opzicht is het begrip nevenrecht een misleidend begrip, omdat niet alleen de schuldeiser, maar ook de schuldenaar aan deze bedingen rechten kan ontlenen. Of ook de schuldenaar aan het beding een recht ontleent, hangt af van de aard van het beding. Voorbeelden van bedingen waaraan (alleen) de schuldeiser rechten ontleent, zijn een rentebeding en een beding tot beperking van aansprakelijkheid. Voorbeelden van bedingen waaraan ( ook) de schuldenaar rechten kan ontlenen, zijn een forumbeding, een bewijsovereenkomst en een arbitrageovereenkomst. Dergelijke bedingen en overeenkomsten kunnen zelfs alleen ten behoeve van (op verzoek van) de schuldenaar zijn overeengekomen.7 Door de overgang van dergelijke nevenrechten gaat een met de vordering samenhangende overeenkomst of een deel daarvan over op de nieuwe schuldeiser. Hij wordt door de overgang van de vordering de partij bij het desbetreffende contractuele beding of de desbetreffende overeenkomst.
743. Tot een andere categorie nevenrechten behoren onder meer de rechten van pand en hypotheek, de rechten uit borgtocht en de voorrechten.8 Een aantal van deze nevenrechten zijn tevens afhankelijke rechten (art. 3:7 BW), hetgeen betekent dat deze nevenrechten vermogensrechten zijn. Zij hebben met de hiervoor genoemde nevenrechten (de (rechten uit) contractuele bedingen en overeenkomsten) gemeen dat het om bijzondere rechten gaat, die in het normale geval niet aan een schuldeiser toekomen.
De schuldeiser heeft deze nevenrechten bijvoorbeeld omdat aan hem goederenrechtelijke of persoonlijke zekerheidsrechten zijn verleend, of omdat hij een procedure heeft doorlopen en op grand daarvan rechten heeft verkregen, zoals een recht op dwangsom en een executoriale titel. In deze gevallen is steeds sprake van een afzonderlijk subjectief recht, met dien verstande dat het recht onlosmakelijk met de vordering is verbonden. Er is sprake van een 'nevenrecht' in de zuivere zin van het woord. Alleen de schuldeiser heeft een recht, niet (ook) de schuldenaar.
744. De nevenrechten, waaronder de afhankelijke rechten die aan vorderingen zijn verbonden, hebben gemeen dat zij geen zelfstandige betekenis hebben zonder de vordering waaraan zij verbonden zijn. Tussen het rechtskarakter van een aan de vordering verbonden nevenrecht of een aan de vordering verbonden afhankelijk recht bestaat in zoverre geen principieel verschil.
Alle nevenrechten, waaronder de nevenrechten die tevens afhankelijke rechten zijn, hebben voorts gemeenschappelijk dat hun ontstaan, wijziging en tenietgaan geen gevolgen heeft voor het voortbestaan van de vordering waaraan zij zijn verbonden. Dit geldt niet alleen voor de nevenrechten zoals de rechten van pand en hypotheek, rechten uit borgtocht of het recht op een dwangsom, maar ook voor de bedingen die nader de inhoud van de vordering bepalen, zoals een rentebeding, een beding tot beperking of uitsluiting van aansprakelijkheid, een bewijsovereenkomst en een arbitrageovereenkomst. De schuld wordt niet vernieuwd als door toekenning van nieuwe zekerheidsrechten, het wijzen van een rechterlijk vonnis of het aangaan van nieuwe bedingen of overeenkomsten die nader de inhoud van de vordering bepalen, de schuldeiser nieuwe nevenrechten verkrijgt. Evenmin is sprake van schuldvernieuwing als de nevenrechten worden gewijzigd of tenietgaan. Door het ontstaan, wijzigen en tenietgaan van de bedingen die nader de inhoud van de vordering bepalen, wordt wel de schuld gewijzigd, maar zonder dat daardoor de schuld wordt vernieuwd. Bijvoorbeeld, komen partijen ten aanzien van een bestaande vordering arbitrage overeen, dan bepaalt deze overeenkomst nader de inhoud van de vordering. De inhoud van de vordering wordt door de arbitrageovereenkomst gewijzigd. Een nieuwe schuldeiser, de stille cessionaris, en een inningsbevoegde derde zijn aan de overeenkomst gebonden en kunnen daarvan profiteren. Maar door deze schuldwijziging treedt geen schuldvernieuwing op. Ook als aanvullende zekerheidsrechten worden verstrekt, treedt geen schuldvernieuwing op; dan treedt overigens evenmin een schuldwijziging op.9
Pas als de te verrichten prestatie van de schuldenaar zelf wijzigingen ondergaat, is sprake van schuldvernieuwing (dan wei het gedeeltelijk tenietgaan van de schuld). Bijvoorbeeld, komen partijen overeen dat geen geld wordt betaald, maar een kist appels wordt gegeven, dan is sprake van schuldvernieuwing.10 Aldus kan de analyse van de nevenrechten behulpzaam zijn om het onderscheid tussen schuldvernieuwing en schuldwijziging duidelijk te maken.