Einde inhoudsopgave
Op zoek naar de heilige graal (FM nr. 174) 2022/5.5.1.2
5.5.1.2 Lichamen waarin kerkgenootschappen zijn verenigd
Dr. mr. M. Tydeman-Yousef, datum 01-12-2021
- Datum
01-12-2021
- Auteur
Dr. mr. M. Tydeman-Yousef
- JCDI
JCDI:ADS633774:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Persoonsgebonden aftrek
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Schenk- en erfbelasting / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Van Kooten 2017, p. 228.
Asser/Rensen 2-III 2017/380, aanhef en sub b.
Van Kooten 2014, p. 358.
Santing-Wubs 2002, p. 33.
Van Kooten 2017, p. 226, 228, 230.
Een classis is een regionale kerkvergadering binnen een protestants geloofsgemeenschap.
Kamerstukken II 1982/83 17725, nrs. 1-3, p. 53; zie voor uitgebreide lijst van voorbeelden van dergelijke lichamen Pel 2013, p. 127 e.v.
Een synode is een algemene kerkvergadering of een college van vertegenwoordigers van een kerk en komt voor binnen de Katholieke Kerk, de Orthodoxe Kerk en protestantse geloofsgemeenschappen.
Van Kooten 2017, p. 224; Van Bijsterveld & Vermeulen webeditie 2021, par. 9, laatst geraadpleegd op 29 november 2021; Van Kooten 2014, p. 358, 359.
De Raad van Kerken is een samenwerkingsverband van 18 christelijke kerken in Nederland (14 lidkerken en 4 geassocieerde leden) dat de oecumenische dialoog bevordert tussen de aangesloten kerken onderling en tussen de aangesloten kerken en geloofsgemeenschappen die geen lid zijn. Daarnaast bevordert ze ook de gezamenlijke dienstverlening van de kerken aan de samenleving.
Kamerstukken II 1987/88,17725, nr. 13, p. 8; Kamerstukken II 1984/85 17725, nr. 7, p. 11; Kamerstukken II 1982/83 17725, nrs. 1-3, p. 53.
Van Kooten 2017, p. 228; Van Kooten 2014, p. 359.
Lichamen waarin kerkgenootschappen zich hebben verenigd, hebben op grond van artikel 2:2 BW rechtspersoonlijkheid en vrijheid van inrichting. Een dergelijk lichaam ontleent zijn rechtspersoonlijkheid aan de daarin participerende kerkgenootschappen.1 Een wettelijke definitie ontbreekt. Rensen omschrijft dit begrip als ‘een verband van kerkgenootschappen dat rechtspersoonlijkheid heeft en als zodanig verband wenst te gelden’.2 Om te bepalen of sprake is van een dergelijk lichaam, spelen volgens de analyse van Van Kooten opnieuw de drie eerdergenoemde criteria een belangrijke rol: rechtspersoonlijkheid, religieus karakter en relatie met de kerkelijke organisatie.3 Het laatste woord hierover ligt ook hier bij de rechter.4
Aangezien een lichaam waarin kerkgenootschappen zich hebben verenigd, zijn rechtspersoonlijkheid ontleent aan de daarin participerende kerkgenootschappen, moeten zich minimaal twee deelnemende kerkgenootschappen in dat lichaam hebben verenigd. Een belangrijk kenmerk van een dergelijk lichaam is dat een deelnemend kerkgenootschap uit dat lichaam kan treden.5 Het gaat veelal om regionale samenwerkingsverbanden zoals classes6 en provinciale kerkvergaderingen.7 Ook landelijke verbanden zoals federaties en synoden8 kunnen als dergelijke lichamen kwalificeren.9 Het begrip ‘verenigd in een lichaam’ duidt erop dat de deelnemende genootschappen zich daarin tot een eenheid hebben samengevoegd, zodat een nauw kerkrechtelijk verband vereist is.10 Een federatie met een losser verband kan daarom niet als een dergelijk lichaam worden aangemerkt. In dat geval ligt de rechtsvorm stichting of vereniging meer voor de hand. In de praktijk is een federatie doorgaans een vereniging. De Raad van Kerken11 heeft juist vanwege het lossere verband tussen de deelnemende kerkgenootschappen geen rechtspersoonlijkheid als ‘lichaam waarin kerkgenootschappen zijn verenigd’ maar kan volgens de minister van Justitie wel op grond van zijn statuten als zelfstandig kerkgenootschap aanspraak maken op rechtspersoonlijkheid.12 Van Kooten leidt uit de organisatievrijheid van religieuze organisaties af dat een lichaam van kerkgenootschappen zelfstandige onderdelen of ‘sublichamen’ kan oprichten.13