NJB 2025/2242:Medeplegen: in casu biedt de bewijsvoering door het hof onvoldoende grond voor zijn oordeel dat de verdachte zo nauw en bewust met een of meer anderen heeft samengewerkt dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan het bewezenverklaarde medeplegen van 1. aanwezig hebben van amfetamine en 2. medeplegen voorbereidingshandelingen inzake productie van amfetamine en/of MDMA. Het hof heeft daaraan namelijk voor feit 1 slechts ten grondslag gelegd dat de verdachte zelf een materiaal bevattende amfetamine aanwezig heeft gehad maar daarvan niet de eigenaar was, dat hij wist dat ‘anderen daarvoor verantwoordelijk waren’ maar dat hij als eigenaar van de loods niet heeft ingegrepen, en voor feit 2 slechts dat de verdachte de voorwerpen en stoffen voorhanden heeft gehad en de loods ter beschikking is blijven stellen terwijl hij wist ‘van de aanmerkelijke kans op de illegale situatie’ en dat ‘anderen betrokken waren bij de situatie in de loods’. Over de samenwerking met de in de bewezenverklaring van de feiten 1 en 2 bedoelde ander(en) en het gewicht van de bijdrage van de verdachte aan deze feiten heeft het hof echter geen nadere vaststellingen gedaan.