NJB 2021/2637
De staatssecretaris heeft verzuimd de vreemdeling bij diens inbewaringstelling te melden dat hij de volgende ochtend een advocaat zou kunnen spreken en dat hij het recht heeft om daarop te wachten voordat hij wordt gehoord. De rechtbank heeft daarom ten onrechte geoordeeld dat de vreemdeling mocht worden gevraagd om het gehoor zonder zijn advocaat te laten plaatsvinden.
ABRvS 04-10-2021, ECLI:NL:RVS:2021:2207
- Instantie
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
- Datum
4 oktober 2021
- Magistraten
Mrs. Verheij, Meijer, Soffers
- Zaaknummer
202103955/1/V3
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Vreemdelingenrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2021:2207, Uitspraak, Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 04‑10‑2021
- Wetingang
Essentie
De staatssecretaris heeft verzuimd de vreemdeling bij diens inbewaringstelling te melden dat hij de volgende ochtend een advocaat zou kunnen spreken en dat hij het recht heeft om daarop te wachten voordat hij wordt gehoord. De rechtbank heeft daarom ten onrechte geoordeeld dat de vreemdeling mocht worden gevraagd om het gehoor zonder zijn advocaat te laten plaatsvinden.
Partij(en)
Uitspraak op de hoger beroepen van: [de vreemdeling], appellant, tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 14 juni 2021 in zaak nr. NL21.6315 in het geding tussen: de vreemdeling en de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.