NJB 2016/1418
Financiële afwikkeling na echtscheiding. HR: De klacht dat het hof ten onrechte is voorbij gegaan aan een stelling van de vrouw, mist feitelijke grondslag
HR 08-07-2016, ECLI:NL:HR:2016:1473
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
8 juli 2016
- Magistraten
Mrs. A.M.J. van Buchem-Spapens, C.A.Streefkerk, C.E. du Perron
- Zaaknummer
15/03856
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Personen- en familierecht / Huwelijk, relaties en echtscheiding
Personen- en familierecht / Relatievermogensrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2016:1473, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 08‑07‑2016
ECLI:NL:PHR:2016:290, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 15‑04‑2016
- Wetingang
(art. 1:141 lid 4 BW; art. 23 Rv)
Essentie
Financiële afwikkeling na echtscheiding. HR: De klacht dat het hof ten onrechte is voorbij gegaan aan een stelling van de vrouw, mist feitelijke grondslag
Partij(en)
De vrouw, adv. mr. J. van Duijvendijk-Brand, vs. de man, adv. mr. M.A.J.G. Janssen.
Uitspraak
Feiten en procesverloop
In 1986 zijn partijen gehuwd en in 2013 gescheiden. De huwelijkse voorwaarden bevatten een periodiek verrekenbeding, dat niet is nagekomen. De man is directeur-grootaandeelhouder van een besloten vennootschap. Hij heeft een schuld in rekening-courant aan de vennootschap.
In dit geding heeft de vrouw in haar verzoekschrift tot echtscheiding tevens verzocht dat het te verrekenen ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.