De quasi-bestuurder in het rechtspersonenrecht
Einde inhoudsopgave
De quasi-bestuurder in het rechtspersonenrecht (VDHI nr. 174) 2022/3.1:3.1 Inleiding
De quasi-bestuurder in het rechtspersonenrecht (VDHI nr. 174) 2022/3.1
3.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. K. Frielink, datum 01-11-2021
- Datum
01-11-2021
- Auteur
mr. K. Frielink
- JCDI
JCDI:ADS631790:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Dat neemt niet weg dat situaties van misbruik de reden zijn geweest voor de introductie van de (mede)beleidsbepaler in de wet, zodat de feitelijke opdrachtgever kon worden aangesproken en het verschuil-effect doeltreffend kon worden tegengegaan. Zie Van Nuland (2021), nr. 4.2.3.1.
Vgl. De Groot (2021), nr. I.C.4. en Van Nuland (2021), nr. 4.1 en 4.2.1.
Zie verder Van Nuland (2021), nr. 4.2.1.5.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk is de centrale vraag wat een quasi-bestuurder is. Wat kan uit Boek 2 BW en de parlementaire geschiedenis worden afgeleid over het fenomeen quasi-bestuurder? En wat uit de literatuur en rechtspraak? Welke handelingen maken een persoon quasi-bestuurder? Dit hoofdstuk draagt een verkennend (en in hoofdzaak beschrijvend) karakter; een eerste kennismaking zogezegd. Een (kritische) analyse vindt in de volgende hoofdstukken plaats.
Onder bestuurder wordt in deze studie verstaan de formele of statutaire bestuurder die in overeenstemming met de wet en de statuten van de betrokken rechtspersoon is benoemd. Ik richt mij op de overige bestuurders en gebruik daarvoor de term quasi-bestuurder als overkoepelend begrip. Het begrip ‘quasi’ wordt gebruikt om aan te geven dat iets niet is wat het lijkt. Dat een persoon er uitziet als een bestuurder, zich gedraagt als een bestuurder en praat als een bestuurder, betekent niet dat hij ook een bestuurder is. Zoals we in par. 1.1 hebben gezien kan het fenomeen in categorieën worden ingedeeld, bijvoorbeeld in feitelijke bestuurders enerzijds en schaduwbestuurders anderzijds. Een ander onderscheid dat kan worden gemaakt is tussen bonafide en malafide quasi-bestuurders. Het begrip quasi-bestuurder zegt immers op zichzelf niets over de vraag of de betrokken persoon een rechtens acceptabele reden heeft om te handelen als ware hij bestuurder noch over de vraag of hij daarbij goede dan wel kwade bedoelingen heeft.1
In het kader van de anti-misbruikwetgeving speelt de quasi-bestuurder ook een rol in de sfeer van belastingen (loon- en omzetbelasting) en premies (sociale verzekeringspremies en premies in het kader van bedrijfstakpensioenen).2 In de parlementaire geschiedenis, rechtspraak en literatuur op dit vlak komt het begrip ‘koppelbazen’ in dat verband veelvuldig voor. De gedachte achter die regeling is dat naast de formele bestuurders, ook degenen die bij deze praktijk zijn betrokken, daarvan profiteren en daaraan feitelijk leiding geven, kunnen worden aangesproken voor belasting- en premieschulden. Verder wijs ik nog op de met ingang van 1 juli 2017 gewijzigde Faillissementswet. In art. 106 lid 1 Fw is bepaald welke artikelen van de Faillissementswet van toepassing zijn op bestuurders en commissarissen en op eenieder die in de drie jaar voorafgaande aan het faillissement bestuurder of commissaris was. In art. 106 lid 2 Fw wordt deze categorie uitgebreid. Met een bestuurder wordt namelijk gelijkgesteld (a) degene die het beleid van de rechtspersoon heeft bepaald of mede heeft bepaald als ware hij bestuurder; en (b) de bestuurder van een of meer rechtspersonen alsmede de vennoot van een of meer vennootschappen onder firma of commanditaire vennootschappen die bestuurder is of zijn van de failliete rechtspersoon.3 Mijn onderzoek richt zich niet specifiek op deze terreinen, maar deze zijn wel bestudeerd, en waar nuttig wordt daar ook naar verwezen, met name wat betreft rechtspraak.4 Voor de duidelijkheid benadruk ik nogmaals dat het bij quasi-bestuurders niet enkel gaat over gevallen waarin misbruik van rechtspersonen wordt gemaakt.
Hier wordt ook nog een keer opgemerkt dat door mij het begrip quasi-bestuurder (veelvuldig) wordt gebruikt bij bijvoorbeeld de weergave van de literatuur, ook als de betreffende auteurs dit begrip zelf niet gebruiken. Dit is gedaan omwille van de leesbaarheid.