Einde inhoudsopgave
Cessie (O&R nr. 70) 2012/II.6.3
II.6.3 Aandachtspunten van de rating agencies bij de rating van ABS
mr. M.H.E. Rongen, datum 01-10-2011
- Datum
01-10-2011
- Auteur
mr. M.H.E. Rongen
- JCDI
JCDI:ADS355217:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Algemeen
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Voetnoten
Voetnoten
Zie voor deze begrippen: § II.10.
Vgl. o.a.: Fitch Ratings, Structured Finance, Global structured finance rating criteria, August 2011; Fitch Ratings, Structured Finance, EMEA RMBS master rating criteria, June 2011; Fitch Ratings, Structured Finance, EMEA RMBS cash flow analysis criteria, June 2011; Standard & Poor’s, Ratings Direct, Principlesbased rating methodology for global structured finance securities, May 2007 en Standard & Poor’s, Structured Finance, Cash flow criteria for European RMBS transactions, November 2003.
De opinie heeft betrekking op de vraag of het SPV als gevolg van de overdracht van de vorderingen ook de daaraan verbonden zekerheidsrechten heeft verkregen. Meestal wordt niet geopinieerd over de geldige totstandkoming van de onderliggende zekerheidsrechten. Over het algemeen garandeert de originator in de koopovereenkomst met het SPV dat de aan de verkochte vorderingen verbonden zekerheidsrechten rechtsgeldig tot stand gekomen zijn en nog bestaan. Deze garantie volgt uit de zogeheten ‘representations and warranties’ die met betrekking tot de vorderingen in de koopovereenkomst zijn opgenomen.
Zie hierna: § III.3.4.
Zie hierna: § II.7 en § II.8.
Vgl. Fitch Ratings, Structured Finance, EMEA RMBS legal assumptions, June 2011.
Zie voor de functie van deze partijen in een securitisation, hierna: § II.9.1 en § II.11.
Vgl. o.a.: Moody’s Investors Service, Structured Finance, Moody’s re-examines trustees’ role in ABS and RMBS, February 2003; Fitch, Structured Finance, Reviewing structured finance trustees, June 2001; Moody’s Investors Service, Structured Finance, Moody’s approach to rating residential mortgage servicers, January 2001; Standard & Poor’s, Fixed Income, Loan collector criteria, January 2001 en Standard & Poor’s, Structured Finance, Third-party functions are crucial to RMBS, November 1999, p. 11 e.v.
Indien de rating agencies niet voldoende overtuigd zijn van de kwaliteit van de servicer, kan dit, mede afhankelijk van de vraag of er toereikende ‘mitigants’ in de transactie aanwezig zijn, leiden tot een ‘rating cap’ op de rating van de ABS. Zie Fitch Ratings, Structured Finance, Criteria for servicing continuity risk in structured finance, August 2011, p. 7-8.
Zie voor deze begrippen: § II.10.
Zie hierna: § III.3.5.
Zie hierna: § II.10.
Vgl. Standard & Poor’s, Structured Finance, Legal criteria for U.S. structured finance transactions, October 2006, p. 62-63.
Zie o.a.: Moody’s Investors Service, International Structured Finance, Moody’s approach to rating consumer loan ABS transactions, July 2011, p. 13; Fitch Ratings, Structured Finance, European consumer ABS rating criteria, July 2011, p. 20 e.v.; Fitch Ratings, Structured Finance, EMEA RMBS master rating criteria, June 2011, p. 13; Fitch Ratings, Structured Finance, Global rating criteria for corporate CDOs, July 2010, p. 16 e.v.; Fitch Ratings, Structured Finance, EMEA RMBS surveillance criteria, April 2009 en Moody’s Investors Service, International Structured Finance, Moody’s approach to European post-issuance monitoring and reporting, October 2001.
105. Overzicht. De rating agencies zullen over het algemeen in een vroeg stadium van de securitisation-operatie worden benaderd door de originator en/of de financiële instelling die de originator bij de securitisation begeleidt (de zogeheten ‘arranger’). Het rating agency wordt in kennis gesteld van de hoofdlijnen van de transactiestructuur en de hoogte van de rating die wenselijk wordt geacht voor het welslagen van de securitisation. Het rating agency beoordeelt vervolgens of de voorgestelde transactiestructuur de gewenste rating kan dragen, welke wijzigingen eventueel voor het toekennen van de gewenste rating in de structuur moeten worden aangebracht en of de voorgestelde niveau’s van ‘credit enhancement’ en ‘liquidity support’1 voldoende zijn. Bij deze beoordeling wordt onder andere aandacht besteed aan de volgende punten:2
De kredietkwaliteit van de aan de ABS ten grondslag liggende vorderingenportefeuille. Teneinde de kredietkwaliteit van de vorderingenportefeuille vast te stellen, worden de historische gegevens omtrent de prestaties van de vorderingen geanalyseerd. De originator dient daartoe een zekere ‘track record’ (van bv. 5 jaar) te kunnen laten zien. Daarnaast wordt de portefeuille onderworpen aan allerhande ‘stress’ scenario’s aan de hand waarvan wordt ingeschat hoe de portefeuille onder verschillende economische omstandigheden zal presteren. Bovendien wordt onderzocht of het SPV rechten geldend kan maken ten aanzien van goederenrechtelijke en/of persoonlijke zekerheidsrechten verbonden aan de onderliggende vorderingen (zoals hypotheekrechten en borgstellingen). Het rating agency zal daarbij afgaan op legal opinions afgegeven door de juridisch adviseur van de originator of de arranger van de transactie.3
De financiële deugdelijkheid van de transactiestructuur. Onderzocht wordt of de onderliggende vorderingen wat betreft hun looptijden, vervaldagen en risicokenmerken, de betalingsvoorwaarden van de door het SPV uit te geven effecten kunnen dragen, en, indien dat niet het geval is, op welke wijze liquiditeitsrisico’s die voortvloeien uit deze ‘mismatch’ worden ondervangen.4
De juridische deugdelijkheid van de transactiestructuur. Beoordeeld wordt onder meer of de vorderingenportefeuille rechtsgeldig en onaantastbaar aan het SPV is overgedragen, of het SPV voldoende is geïsoleerd van de mogelijke gevolgen van het faillissement van de originator en of de kans van een eigen faillissement tot een minimum is beperkt.5 Ook hier geldt dat het rating agency zal vertrouwen op legal opinions.6
De kwaliteit van de ‘servicer’ en de ‘trustee’.7 Beoordeeld wordt of de servicer (veelal de originator) over de technische uitrusting beschikt om een adequate administratie en bewaking van de vorderingenportefeuille te voeren. Bovendien zullen de door de servicer gehanteerde incassoprocedures worden getoetst. Ook ten aanzien van de trustee zullen de rating agencies zich ervan willen vergewissen of deze in staat is zijn taken naar behoren te vervullen.8,9
De kredietwaardigheid van de instellingen betrokken bij de credit enhancement, liquidity support en andere hedgingfaciliteiten, zoals swaps.10 De rating agencies beoordelen (i) het risico dat een van deze partijen niet tijdig aan zijn contractsverplichtingen voldoet en (ii) de gevolgen die dit heeft voor de tijdige en volledige voldoening van de ABS. Dit is het zogeheten ‘counterparty risk’.11
106. Weak link approach en supporting ratings. Standard & Poor’s hanteert bij de beoordeling van de kredietkwaliteit van ABS de zogenoemde weak link approach. Dit houdt in dat de securitisation wordt verondersteld zo “sterk” te zijn als haar zwakste schakel. De rating die aan de ABS wordt toegekend zal in beginsel niet hoger kunnen zijn dan de rating van de instelling die in de transactie een materiële financiële functie vervult, zoals een ‘financial support provider’.12 De rating van de financial support provider wordt de supporting rating genoemd. Het gegeven dat een bepaalde partij geen rating heeft of een lagere rating dan de rating die voor de ABS wordt beoogd, betekent overigens niet dat deze partij geen financiële functie in de transactie zou kunnen vervullen. Het hogere kredietrisico zal dan moeten worden ondervangen met een vorm van ‘credit enhancement’.13
Moody’s Investors Service hanteert de zogeheten composite risk approach. In deze benadering worden alle potentieel zwakke onderdelen van de transactie geïdentificeerd en wordt er een inschatting gemaakt van de omvang van het risico dat bepaalde transactieonderdelen niet naar behoren functioneren. Bovendien wordt beoordeeld hoe groot de verliezen zijn die worden geleden in geval van het disfunctioneren van bepaalde transactieonderdelen. Daarbij besteedt Moody’s aandacht aan de hiervoor genoemde punten.
107. Post issuance monitoring en ‘downgrading’. Ook gedurende de looptijd van de ABS blijven de rating agencies de transactie op basis van periodieke rapportages volgen teneinde te beoordelen of de rating die aan de ABS is toegekend gehandhaafd kan blijven.14 Zo zal de kredietkwaliteit van de vorderingenportefeuille in de gaten worden gehouden. Hetzelfde geldt voor de kredietwaardigheid van de instellingen die een financiële functie in de transactie vervullen (de ‘supporting ratings’). Ook zal aandacht worden besteed aan wijzigingen in (voor de transactie relevante) wet- en regelgeving. Een aanmerkelijke verslechtering van de kredietkwaliteit van de geëffectiseerde vorderingen of een verlaging van een supporting rating, kan leiden tot een verlaging van de rating van de ABS (een ‘downgrading’).