RBP 2024/85
Verzettermijn. Dient aan de veroordeelde partij, die op het moment dat hij bekend wordt met het verstekvonnis nog niet bekend was met de tenuitvoerlegging van dat vonnis, een nadere termijn van vier weken worden gegund?
HR 30-08-2024, ECLI:NL:HR:2024:1103
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
30 augustus 2024
- Magistraten
Mrs. M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek, S.J. Schaafsma, G.C. Makkink, K. Teuben
- Zaaknummer
23/00877
- Conclusie
A-G mr. E.M. Wesseling-van Gent
- JCDI
JCDI:ADS991709:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Burgerlijk procesrecht / Beslag en executie
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1103, Uitspraak, Hoge Raad, 30‑08‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:99, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 26‑01‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 06‑03‑2023
- Wetingang
Essentie
Nadere termijn. Bekendheid vonnis. Tenuitvoerlegging.
Dient aan de veroordeelde partij, die op het moment dat hij bekend wordt met het verstekvonnis nog niet bekend was met de tenuitvoerlegging van dat vonnis, een nadere termijn van vier weken worden gegund?
Samenvatting
Eiser is bij verstekvonnis door de rechtbank veroordeeld tot betaling aan verweerster van een bedrag van ruim € 50.000,--. Nadat verweerster het verstekvonnis in 10 mei 2019 openbaar heeft laten betekenen, heeft verweerster op 21 september 2019 executoriaal derdenbeslag laten leggen.
Eiser is in verzet gekomen op 25 februari 2021, en heeft daarbij gesteld dat hij ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.