Bestuurdersaansprakelijkheid in theorie
Einde inhoudsopgave
Bestuurdersaansprakelijkheid in theorie (IVOR nr. 108) 2017/2.4.9:2.4.9 Rechtsverfijning
Bestuurdersaansprakelijkheid in theorie (IVOR nr. 108) 2017/2.4.9
2.4.9 Rechtsverfijning
Documentgegevens:
mr. W.A. Westenbroek, datum 01-09-2017
- Datum
01-09-2017
- Auteur
mr. W.A. Westenbroek
- JCDI
JCDI:ADS348493:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Tak 1994, p. 282 en Franken e.a. 1999, p. 191 e.v.
Polak 1973, p. 409-410 onder verwijzing naar HR 7 maart 1985, NJ 1985, 212.
Drion 1973, p. 53 en 54.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Rechtsverfijning is de tegenpool van de analogie en a contrario-redenering. Bij rechtsverfijning wordt een algemene regel verbijzonderd. De rechter acht de in concreto toe te passen regel te ruim gesteld en verfijnt deze.1 De rechter kan daartoe aanleiding vinden in een van de hiervoor genoemde interpretatiemethoden. Veelal zal daarbij echter sprake zijn van een ruime of vaag gestelde gedragsnorm in een wettelijke bepaling die de rechter noodzaakt, bij toepassing van die gedragsnorm in het aan hem voorgelegde geschil, een meer concrete gedragsnorm te formuleren (die past binnen de ruime of vaag geformuleerde gedragsnorm, zodat geen sprake is van een inbreuk op de trias politica). Zo kan hij, in het aan hem voorgelegde geschil, op een legale en rationale wijze (zie par. 1.3) recht spreken op een wijze dat partijen dit ook begrijpen. Deze rechtsverfijning is volgens Polak een algemeen erkende en heilzame bijdrage tot de rechtsvinding, die medebrengt dat men soms ter wille van de juiste toepassing van een voorschrift een onderscheiding zal maken welke in dit voorschrift, enkel naar zijn bewoordingen beschouwd, niet te vinden is.2
Deze nieuwe door de rechter (en niet de wetgever) geformuleerde of geïmpliceerde regels behoeven niet per se als rechtsregel geformuleerd te worden. De rechter zal zich bij rechtsverfijning veelal beperken tot het opsommen van de volgens hem relevante feiten en omstandigheden, op grond waarvan hij tot zijn beslissing komt. Daarin ligt dan de regel, oftewel de gedragsnorm, besloten dat, wanneer die feiten en omstandigheden zich weer zullen voordoen, eenzelfde beslissing zal volgen, tenzij er dan andere relevante omstandigheden bijkomen die in de eerste zaak ontbraken. In ons recht vindt het poneren van zulke nieuwe regels meestal plaats binnen het kader van een reeds bestaande gedragsnorm met vage termen (‘onrechtmatige daad’, ‘goede trouw’, ‘goede zeden’, etc.). Volgens Drion zal de rechter, gezien de aard van zijn functie dan over het algemeen voorzichtiger moeten zijn in het bepalen van de draagwijdte van aldus door hem geformuleerde regels dan de wetgever. De rechter zal dat moeten doen door juist minder te abstraheren en door de omstandigheden in zijn, met het oog op zijn beslissing, aanvaarde regels op te nemen. In dat geval kan die regel precedentwerking hebben voor gelijke gevallen waarin de in de wet geformuleerde gedragsnorm in het geding is.3