Einde inhoudsopgave
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/11.2.3.1
11.2.3.1 Handhaving minimumkapitaal van de GmbH
mr. J. Barneveld, datum 18-09-2013
- Datum
18-09-2013
- Auteur
mr. J. Barneveld
- JCDI
JCDI:ADS404640:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Gesetz zur Bekämpfung von Mißbräuchen, zur Neuregelung der Kapitalaufbringung und zur Förderung der Transparenz im GmbH-Recht, 20 november 2004.
Tijdens de 66ste Deutsche Juristentag, waar vergaderd werd over een aantal voorstellen van het MoMiG (zie hierna), heeft Lutter de stelling in stemming gebracht dat vennootschappen verplicht de hoogte van hun kapitaal (en de stortingen daarop) op al hun documenten dienden te vermelden. Deze stelling werd echter door de DJT verworpen zodat deze regel niet in het MoMiG is opgenomen.
Referentenentwurf, p. 39.
In de toelichting werd opgemerkt dat de GmbH in 85 procent van de gevallen gebruikt wordt voor ondernemingen in de dienstensector, welke een veel geringere vermogensbehoefte zouden hebben. Referentenentwurf, p. 39.
Altmeppen 2005, p. 1912, Priester 2005, p. 1317 en Priester 2006, p. 8.
De DJT is een zeer invloedrijke vereniging van Duitse juristen die elke twee jaar beraadslaagt naar aanleiding van een aantal preadviezen en stemt over een aantal stellingen.
Zie Beschlüsse 66. Deutscher Juristentag, Stuttgart 19. Bis 22. September 2006, p. 21, beschikbaar op: www.djt.de.
De Duitse wetgever heeft in 2005 een aanzet gedaan tot verlaging van het minimumkapitaal voor de GmbH. Met het Mindestkapitalgesetz werd beoogd het minimumkapitaal bij te stellen naar 10.000 euro en daarbij vennootschappen te verplichten om de omvang van hun kapitaal te vermelden op al hun schriftelijke documenten.1 Dit voorstel is echter nimmer aangenomen.2 In het kader van het MoMiG heeft de wetgever nogmaals beproefd of de tijd rijp was voor een verlaging van het minimumkapitaal. In het voorontwerp (Referentenentwurf) van 2006 werd voorgesteld om het minimumkapitaal te verlagen naar 10.000 euro. In een uitgebreide toelichting bij het voorstel overwoog de Duitse wetgever dat daarmee gehoor werd gegeven aan de kritiek die vanuit praktijk en wetenschap op het minimumkapitaal was geuit.3 Door het minimumkapitaal te verlagen tot een nog steeds noemenswaardig bedrag, werd volgens de toelichting de oprichting van kleine ondernemingen vereenvoudigd, terwijl tegelijkertijd “die Funktion einer Seriositätsschwelle” behouden werd.4
Het voorstel om het minimumkapitaal te verlagen bracht een hevige discussie onder juristen op gang. Sommige auteurs betoogden dat het minimumkapitaal volledig zou moeten worden afgeschaft, terwijl anderen juist pleitten voor een verhoging daarvan, opdat daarvan een daadwerkelijke bescherming van crediteuren zou uitgaan.5 De discussie over het minimumkapitaal bereikte in 2006 haar hoogtepunt, toen de leden van de Deutscher Juristentag (DJT)6 met een overweldigende meerderheid tegen een eventuele afschaffing of verlaging van het minimumkapitaal stemden.7
Hoewel in het wetsvoorstel (Gesetzentwurf) van het MoMiG van 2007 aanvankelijk nog het voorstel tot verlaging van het minimumkapitaal werd gehandhaafd, verdween dat uit latere versies van de wet. Het MoMiG heeft daarom uiteindelijk geen verandering gebracht in de hoogte van het minimumkapitaal voor de GmbH; dat bedraagt nog steeds 25.000 euro.